In navolging op de twee eerdere artikels over de afbakening van een decennium en de zogenaamde gangbare jaartelling volgt nu deel drie in wat inmiddels een kleine serie over kalenders is geworden.
We zagen al dat het woord decennium stiekem twee dingen kan betekenen, met precies één jaar verschil; en dat de gangbare jaartelling bij lange na niet de enige is, zodat ze vaak zij aan zij met andere kalenders wordt gebruikt.
Nu richten we onze aandacht op twee van de toverwoordjes in dit hele aandachtsgebied: kalender en jaartelling. Die lijken min of meer hetzelfde te betekenen, maar is dat ook zo?
Jaartelling of kalender?
In het dagelijks taalgebruik zijn de woorden jaartelling en kalender onderling uitwisselbaar. De een spreekt over “de islamitische jaartelling” en de ander over “de islamitische kalender” – maar daar bedoelen ze dan hetzelfde mee. En in dit artikel gebruik ik zelf, net als in de vorige twee taalverhalen over dit onderwerp en net als in het dagelijks taalgebruik, beide woorden als de facto synoniemen.
Maar als je er streng naar kijkt, is er wel degelijk een verschil.
- Een jaartelling geeft aan wanneer een jaar begint en eindigt, en telt het aantal jaren sinds het begin van de jaartelling.
- Een kalender geeft aan hoe een jaar verdeeld is in kleinere eenheden zoals maanden en dagen, en begint de cyclus na een heel jaar weer opnieuw.
In beide gevallen gaat het om het afbakenen van eenheden van tijd, en in de meeste gevallen is de overlap een-op-een. Elke jaartelling heeft zijn eigen kalender, en die twee zijn exclusief aan elkaar verbonden. Maar toch kan er wel degelijk een verschil zijn.
Twee christelijke kalenders, één jaartelling
Binnen de christelijke jaartelling hanteren we nu de gregoriaanse kalender (vernoemd naar paus Gregorius XIII). Maar deze kalender is pas ingevoerd vanaf 1582, en in sommige landen pas veel later (in Griekenland pas in 1922!).
Daarvoor moet er dus een andere christelijke kalender zijn geweest, en dat is ook zo: de juliaanse kalender (vernoemd naar Julius Caesar; het vroege christendom had deze kalender overgenomen van de Romeinen). Het voornaamste verschil tussen de twee zit hem in de schrikkeljaren.
- In de juliaanse kalender waren alle jaren die deelbaar zijn door 4 een schrikkeljaar, met één dag extra aan het eind van februari.
- In de gregoriaanse kalender zijn alle jaren die deelbaar zijn door 4 een schrikkeljaar, tenzij ze deelbaar zijn door 100, maar weer wél als ze deelbaar zijn door 400.
Een paar dagen overslaan
Met deze subtiele aanpassing sluit de gregoriaanse kalender beter aan op het astronomische jaar. Heel precies gezegd: het gemiddeld juliaanse jaar duurde 365,25 dagen, en het gemiddeld gregoriaanse jaar duurt 365,2425 dagen.
Bij de invoering ervan werd meteen ook de hele kalender iets verschoven, om het begin van de lente terug te zetten op 21 maart, de datum in de lente waarop de dag en nacht gemiddeld even lang zijn. Om dat voor elkaar te krijgen sloegen ze tien teldagen (lees: tien kalenderdatums) over, en zo kwam in het jaar 1582 na donderdag 4 oktober 1582 in één keer vrijdag 15 oktober!
Kortom: ze hadden binnen dezelfde jaartelling een nieuwe kalender ingevoerd.
Navelstreng
Zo zie je ook meteen wat de relatie is tussen een kalender en zijn jaartelling. De kalender is het systeem van opeenvolging van maanden en dagen dat optelt tot er een jaar vol is. Zodra dat het geval is, begint de cyclus opnieuw en schuift de jaartelling op met één jaar.
Of, anders gezegd: binnen elke eenheid in de jaartelling (lees: in elk jaar) past precies één volledige kalender.
Omdat de beide begrippen zo innig met een inhoudelijke navelstreng aan elkaar zijn verbonden, is het ook niet verrassend dat ze in de informele taal als gelijken worden beschouwd. Je kunt het dus gerust hebben over de gregoriaanse kalender of de gregoriaanse jaartelling, want in de praktijk bedoel je daar bijna altijd hetzelfde mee.