Wij mensen willen nogal wat, dus de combinatie tussen je en wilt is snel gemaakt. Of moet dat eigenlijk je + wil zijn? Of is het allemaal om het even? Het antwoord is: bijna wel, maar niet helemaal. We leggen het stap voor stap uit – lees verder als je wil/wilt!
Waar hebben we het over?
Zelfs als twee synonieme taalvarianten allebei volop in gebruik zijn, kunnen er nog steeds kleine verschillen in nuance tussen bestaan.
Betekenis en gebruik
- Je wilt en je wil zijn allebei correct.
Bij een “gewoon” werkwoord verwacht je een ‑t aan het eind van de tweede persoon enkelvoud: je staat, je maakt, je danst. Zo bezien is je wilt dus de traditioneel correcte manier om het werkwoord willen hier te vervoegen.
Maar het gebruik van de variant je wil is volledig ingeburgerd, zeker in de spreektaal en de informele schrijftaal.
Het maakt niet uit of je kiest voor je of jij als persoonsvorm; in beide gevallen kan je kiezen voor wil of wilt.
Voorbeelden
- Je bent jong en je wilt wat.
- Als je wil komen, ben je altijd welkom.
- We spelen de muziek die jij wilt horen.
- Jij wil ook altijd je zin doordrijven!
Even opletten
Zoals ook bij alle andere werkwoorden het geval is, verliest het woord wilt zijn ‑t als het werkwoord in de zin vóór de persoonsvorm staat. In die gevallen schrijf je dus altijd wil.
Kijk maar naar deze herschrijvingen van de voorbeelden hierboven:
- Ben je jong en wil je wat?
- Wil je komen? Dan ben je altijd welkom.
- Wil jij de muziek horen die we spelen?
- Soms wil jij je zin doordrijven!
Weetje
Voor veel taalgebruikers blijft er een verschil van nuance bestaan, waarbij je wilt wat “netter” klinkt, en je wil meer ongedwongen. Kijk maar naar deze zinnen:
- Als je het contract wil/wilt opzeggen, moet je dit formulier invullen.
- Ik ga vroeg naar bed, maar jij wil/wilt vast laat opblijven.
Voel je een verschil tussen wil en wilt? Welke keuze zou jij maken? Soms zijn het de kleinste details die de stilistische puntjes op de i zetten.