TVDW: Zin

De taalterm van deze week, zin, is een soort tovenaar. Hij kan heel groot worden als hij dat wil, maar hij kan zich ook ienie-mienie klein maken. Hij is daarnaast een kameleon, want hij kan zich kleden in alle kleuren van de regenboog. De enige beperking, zegt hij, is dat men zich wel netjes aan de regels moet houden – anders speelt hij niet mee.

Definitie

Een zin of volzin is een serie woorden die grammaticaal aan elkaar verbonden zijn en die samen een coherente gedachte overdragen.

De standaardsamenstelling van een volzin is een combinatie van een onderwerp (subject), een werkwoord en een voorwerp (object). Maar een zin kan ook bestaan uit alleen een onderwerp + werkwoord, of alleen een werkwoord. Zie de eerste drie voorbeelden hieronder voor elk van deze drie vormen.

In een iets lossere definitie kun je ook losse woorden of woordcombinaties zonder werkwoord als zin aanduiden. Zie de laatste twee voorbeelden hieronder.

Voorbeelden

  • Marije interviewt Pjotr.
  • Ik besta.
  • Stop!
  • Leuk, hoor…
  • Mijn hond ook!

Deze voorbeelden zijn allemaal korte zinnen. Maar je kunt een zin ook héél lang maken. Kijk maar:

  • Zonder dat zijn ouders doorhadden dat hij het huis uit was geslopen, had Michiel in het midden van de nacht de voordeur achter zich dichtgetrokken en was hij even snel als sluiks naar de poort van het Kuygerpark gegaan om Hannah te zien, die daar, zoals elke vrijdagnacht, op hem wachtte om hem het laatste nieuws te geven over de geheimzinnige activiteiten die ’s nachts plaatsvonden bij het scheepsdok tegenover haar slaapkamerraam.

Etymologie

Zowel het woord zin (volzin) als zijn tweeling zin (betekenis, doel; denk aan “dat heeft geen zin”, “in de zin van”) voeren terug op een Oudnederlands woord:

  • sin (gedachte, geest, verstand)

Weetje

Je zag het al bij de definitie: een zin moet grammaticaal zijn. Dat wil zeggen dat hij “klopt”, dat hij volgens de geldende taalregels is gemaakt.

Maar let op! Daarmee zeg je nog niets over de vraag of een zin waar of helder of zinnig is. De volgende zinnen zijn grammaticaal correct, maar zijn respectievelijk onwaar, warrig en onzinnig:

  • Oxford is de hoofdstad van Portugal.
  • Hij vroeg haar hem zijn aan hen geleende boek terug te geven.
  • Varkens etsen met spoed op buitengaatse wolkbreuken.

Kijk dan als contrast naar de volgende serie woorden, die door één extra woord ongrammaticaal wordt en dus geen (goede) zin meer is:

  • Liesje leerde Lotje lopen boerenkool langs de Lange Lindenlaan.

Wat vind jij?