TVDW: Doublet

De taal­term van deze week, dou­blet, is nooit een­za­am. Hij kan zich alti­jd wen­den tot een neef of nicht die niet alleen uit dezelfde fam­i­lie komt, maar ook nog eens erg op hem lijkt. Dan kun­nen ze samen babbe­len over die verre vooroud­er waaraan ze hun fam­i­liegelijke­nis te danken hebben.

Definitie

Een dou­blet is een groep van (meestal twee) woor­den in één taal die dezelfde taalkundi­ge oor­sprong hebben. De ety­molo­gie van bei­de ter­men over­lapt dus.

Als twee woor­den erg op elka­ar lijken maar ze komen niet uit dezelfde bron, dan noem je dan een “vals dou­blet”.

Een ander woord voor dou­blet is tweel­ing­wo­ord.

Taal­TermTip! Deze term is ver­want aan de term cog­naat: een paar woor­den in ver­schil­lende tal­en die hun herkomst gemeen hebben.

Voorbeelden

  • vers en fris (van het Mid­del­hoog­duitse vrisch)
  • boer en buur (van het Mid­delned­er­landse bure)
  • tafel en tabel (van het Lati­jnse tab­u­la)

Etymologie

De bron van deze term vind je in het Lati­jn:

  • duo (twee) + -plus (-voud)

Weetje

Het woord dou­blet duidt ook in bredere zin din­gen aan die op de een of andere manier “dubbel” zijn.

De Dikke Van Dale geeft maar lief­st tien betekenis­sen voor dou­blet. De leuk­ste is miss­chien wel num­mer 6: als je met één stuk aas twee vis­sen vangt!

Wat vind jij?