Kolossaal

Een bezoek aan Rome is een bezoek aan een van de kribbes van onze beschav­ing. En, zoals ik ont­dek­te tij­dens mijn eerste reis naar de Eeuwige Stad, een trip­je naar een grote grabbel­ton vol taalgeschiedenis.

Een van de din­gen die me is bijge­bleven is het Colos­se­um. Op de eerste plaats de ruïne zelf natu­urlijk, die indruk­wekkend is in zijn groot­sheid (zelfs in ver­vallen staat) en nog imposan­ter als je hem in je geeste­soog voor je ziet in zijn glo­rieda­gen. Maar zelfs de naam “Colos­se­um” ver­di­ent nadere bestudering.

"Amphitheatrum Flavium"
“Amphithe­atrum Flavium”

Want hoe het ook voor de hand ligt, het Colos­se­um is niet zo genoemd omdat het een kolos­saal gebouw is. Stek­er nog, het héét niet eens “Colos­se­um”!

De bouw van dit amfithe­ater begon in het jaar 72, in opdracht van keiz­er Ves­pasianus, en werd afgerond in het jaar 80, tij­dens het bewind van zijn zoon, Titus. Bei­de heren beho­or­den tot de Flavis­che dynas­tie die Rome van 69 tot 96 van keiz­ers voorzag, en het gebouw heet dan ook formeel het Amphithe­atrum Flav­i­um.

Maar waar komt dan de benam­ing “Colos­se­um” van­daan? Wel­nu, Ves­pasianus’ voor­ganger was de beruchte keiz­er Nero, die de laat­ste heers­er was uit de Julisch-Claud­is­che dynas­tie. Nero was niet vies van een beet­je zelfver­heer­lijk­ing en had bij de Griekse archi­tect Zen­odor­us een bronzen stand­beeld van zichzelf besteld. Hij maak­te er een plaat­sje voor vrij in de vestibule van het Domus Aurea (Gouden Huis) in zijn paleizen­com­plex. Om het de mensen gemakke­lijk te mak­en dit beeld te zien, bestelde hij er een­t­je van meer dan 30 meter hoog. Stel je een flat­ge­bouw van tien verdiepin­gen voor, en je hebt ongeveer het idee.

Na Nero’s zelf­mo­ord in 68 zat Ves­pasianus een beet­je in zijn maag met deze “Colos­sus van Nero”. Hij liet het met een zon­nekroon omtov­eren tot een beeld van de Romeinse zon­negod Sol Invic­tus. Zo’n zes­tig jaar lat­er (rond 128) gebood keiz­er Hadri­anus het beeld te ver­plaat­sen naar een locatie pal naast, je raadt het al, het Amphithe­atrum Flav­i­um.

Het is niet duidelijk wan­neer de term Colos­se­um in zwang is ger­aakt. Het naburige en naamgevende megabeeld heeft ver­moedelijk tot in de vierde eeuw ges­taan (het hoofd werd geregeld ver­van­gen, steeds als er een nieuwe keiz­er aantrad). Tegen de tijd dat de bij­naam Colos­se­um post had gevat, was het beeld echter allang weg. Het sneu­velde waarschi­jn­lijk bij de Plun­der­ing van Rome door de Visig­oten in 410, of kort daar­na bij een serie aard­bevin­gen. Het metaal is geplun­derd en voor andere doelein­den gebruikt.

Roem en macht ver­gaan, dat zie je maar weer. Maar zon­der Nero’s mega­lo­manie had­den wij nu geen “Colos­se­um” gehad.

Een gedachte over “Kolossaal”

Wat vind jij?