Sommige vs. sommigen

Wan­neer schri­jf je “som­mige” en wan­neer “som­mi­gen”? Is die extra -n sim­pel­weg het ver­schil tussen het wel of niet spreken over mensen? Niet hele­maal… Het luis­tert iets nauw­er dan dat, en er zijn meer woor­den die zich aan dezelfde spel­regels houden.

Waar hebben we het over?

Afhanke­lijk van het gebruik en de con­text kan het­zelfde woord meer dan één ver­schi­jn­ingsvorm hebben.

Betekenis en gebruik

Som­mige en som­mi­gen zijn onbepaalde voor­naam­wo­or­den die ver­wi­jzen naar een klein maar onbek­end aan­tal van iets.

Maar wan­neer kies je dan voor de ver­sie met ‑n, en wan­neer voor het kor­tere woord? Een paar voor­beelden mak­en veel duidelijk.

Voorbeelden 

Je kiest alti­jd voor som­mige als het woord (bij­na) direct staat vóór het zelf­s­tandig naam­wo­ord waar het bij hoort. Het doet er niet toe of dat zelf­s­tandig naam­wo­ord een per­soon of iets anders beschri­jft.

  • Som­mige mensen houden niet van feesten.
  • We kun­nen hier in som­mige bij­zon­dere gevallen een uit­zon­der­ing op mak­en.

Je gebruikt ook som­mige (zon­der -n) als het woord duidelijk (terug)verwijst naar een ander woord in de tekst.

  • Som­mige zijn nog in goede staat, maar de meeste boeken zijn ver­brand. 
  • Mijn klasgenoten zijn heel saai, maar som­mige zijn best grap­pig.

In bei­de gevallen vul je makke­lijk het woord in dat bij som­mige hoort: “som­mige boeken”, “som­mige klasgenoten”. Ook hier maakt het niet uit of je ver­wi­jst naar mensen of din­gen.

Wan­neer kies je dan wél voor som­mi­gen, met -n

Dat doe je om te begin­nen als je ver­wi­jst naar “som­mige mensen” of “bepaalde per­so­n­en” in het alge­meen. Som­mi­genwordt hier zelf­s­tandig gebruikt: het ver­wi­jst niet naar een ander woord in de zin.

  • Som­mi­gen zijn veel te goed van vertrouwen.
  • Een lev­en zon­der liefdesver­dri­et is maar voor som­mi­gen weggelegd.

Je kiest ook voor som­mi­gen als je ver­wi­jst naar mensen en (terug)verwijst naar een ander woord in de tekst, maar die link onduidelijk is – bijvoor­beeld omdat de twee woor­den verder bij elka­ar van­daan staan. We kijken nog eens naar een van de voor­beelden hier­boven; zie wat er gebeurt als je de afs­tand tussen de rel­e­vante woor­den grot­er maakt.

  • Mijn klasgenoten zijn heel saai, maar som­mige zijn best grap­pig.
  • Mijn klasgenoten zijn heel saai. Ik ben alti­jd wel in voor een gein­t­je, maar het lijkt wel alsof het alleen om school draait. Huiswerk gaat voor alles. Maar toch zijn som­mi­gen best grap­pig.

De link tussen “klasgenoten” en “sommige(n)” is bij het tweede voor­beeld min­der duidelijk, en daarom kies je hier liev­er voor som­mi­gen met een -n.

Even opletten

Pre­cies dezelfde regels gelden ook voor het gebruik van een aan­tal andere voor­naam­wo­or­den, zoals andere(n)enkele(n) en weinige(n).

Hier zijn een paar voor­beelden van het gebruik zon­der -n:

  • Enkele collega’s waren niet bij de ver­gader­ing aan­wezig.
  • Op de weinige zon­nige dagen deze zomer moest ik steeds werken.
  • Deze musi­ci zijn ama­teurs, maar andere zijn klassiek geschoold.

En hier zie je enkele voor­beelden van dezelfde voor­naam­wo­or­den, maar dan met -n:

  • Slechts enke­len wis­ten zich te red­den uit het zink­ende schip.
  • Hij geeft graag anderen de schuld van zijn eigen fouten.
  • Veel boeken­wur­men zouden graag zelf een roman schri­jven. Maar daar komt veel bij kijken: geduld, dis­ci­pline, noem maar op. Dus weini­gen doen het ook echt.

Weetje

Als vuistregel kun je voor sommige(n)andere(n)enkele(n) en weinige(n) het vol­gende onthouden:

  • Ver­wi­jst het woord naar iets anders dan mensen? Gebruik dan alti­jd de ver­sie zon­der -n.
  • Ver­wi­jst het woord wel naar mensen én is het duidelijk welk ander woord in de tekst erbij hoort? Kies dan ook de ver­sie zon­der -n.
  • Ver­wi­jst het woord naar mensen, maar is het niet meteen duidelijk bij welk ander woord in de tekst het hoort? Dan kies je voor de spelling mét -n.
  • Ver­wi­jst het woord naar “bepaalde mensen” in het alge­meen? Ook dan gebruik je de spelling met -n.

Of, in een schema:

Bonus-weet­je
Om het toch weer een beet­je ingewikkelder te mak­en, zijn de regels voor de woor­den beide(n) en alle(n) weer net even anders. 

Wil je daar meer over weten? Kijk dan ook naar deze TaalTip!

Wat vind jij?