Als je in een tijdmachine zou kunnen stappen en teruggaan naar het Frankrijk van vele eeuwen geleden, dan zou je in een heel andere wereld belanden. De cultuur, de taal, de mensen… Ze zijn dan ineens allemaal oud-Frans. Of moet dat “Oudfrans” zijn? Het antwoord is: allebei, maar het hangt ervan af. Hoe zit dat?
Waar hebben we het over?
Met dezelfde talige ingrediënten kun je meerdere, soms heel verschillende woorden maken. Die zijn dan weliswaar verwant, maar zeker niet onderling uitwisselbaar.
Betekenis en gebruik
- Oud-Frans is een bijvoeglijk naamwoord waarmee je aangeeft dat iets kenmerken heeft van het Frankrijk van voorbije tijden.
- Oudfrans is een zelfstandig naamwoord dat de oudste vorm van de Franse taal aanduidt.
Het woord Oudfrans behoudt zijn beginhoofdletter altijd, omdat het de naam is van een taal (net als Frans, Pools, Koreaans etc.). Voor oud-Frans geldt dat niet.
Voorbeelden
- Wist je dat die miljardair een kasteel heeft laten bouwen in oud-Franse stijl?
- Wij bakken ons brood volgens oud-Franse traditie: met tijd en liefde.
- Vanaf de 13e eeuw raakte het Oudfrans in onbruik en werd het gaandeweg vervangen door het Middelfrans.
- Het Oudfrans werd vooral gesproken in het Noord-Frankrijk.
Even opletten
Er is een verschil in betekenis tussen “oud Frans” (twee woorden) en “oud-Frans” (met streepje).
Je kunt bijvoorbeeld wel spreken over “een oud Frans mannetje” dat je op vakantie bent tegengekomen, maar niet over een “oud-Frans mannetje” – dan zou dat mannetje wel héél oud zijn!
In sommige gevallen kan het zelfs allebei. Denk bijvoorbeeld aan “een oud Frans gebruik” en “een oud-Frans gebruik”. Het eerste is een Frans gebruik dat ook oud is; het tweede is een gebruik dat je associeert met “het oude Frankrijk”. Subtiel, maar toch.
Weetje
Hetzelfde onderscheid geldt ook voor andere geografische aanduidingen. Denk aan oud-Engels (kenmerk) en Oudengels (taal), oud-Amsterdams en Oudamsterdams, oud-Hollands en Oudhollands, oud-Zweeds en Oudzweeds etc.