Flarmonische hamingo’s

Alle tal­en ken­nen een bonte verza­mel­ing eponiemen: woor­den die naar mensen of per­son­ages ver­noemd zijn. Maar er zijn niet veel eponiemen die ook nog eens taal­ter­men zijn. Wie daar­naar op zoek gaat, komt al snel mala­prop­ism en spooner­ism tegen. Bei­de zijn van oor­sprong Engelse ter­men, maar komen ook in het Ned­er­lands voor, en wel als “spooner­isme” en “mala­propisme”.

Malapropisme

Het mala­propisme is waarschi­jn­lijk de makke­lijk­ste van de twee, omdat een oplet­tend oog daar de Franse term mal à pro­pos in kan herken­nen. Mal à pro­pos betekent “te onpas” of “ongepast”, en je spreekt dan ook van een mala­propisme wan­neer iemand twee woor­den met ongeveer dezelfde klank ver­wart of ver­haspelt. Je gebruikt dan een ver­keerd (meestal chi­quer) woord in plaats van het bedoelde woord, vaak met komisch effect.

Twee voor­beelden:

  • Iemand die ent­hou­si­ast vertelt dat ze de flamin­go zo’n mooie dans vin­dt, begaat dus een mala­propisme, want de flamin­go is een mooie vogel. De fla­men­co is een mooie dans.
  • En iemand die zegt dat hij zijn huis har­monisch wil inricht­en, ver­gist zich ook. Dat moet “har­monieus” zijn. Een muzikale com­posi­tie kan wel har­monisch zijn.

Dit zijn voor­beelden van wat wel een klassiek mala­propisme genoemd wordt: een fout die uit onwe­tend­heid gemaakt is. Er zijn vergelijk­bare ver­gissin­gen waar­bij de sprek­er het cor­recte woord wel degelijk kent, maar zich gewoon vergipst. Die fout­jes wor­den een slip of the tongue genoemd.

Toneelstuk

Maar wacht even. Als mala­propisme afgeleid is van mal à pro­pos, dan is het nog geen eponiem, dus er moet een tussen­sta­tion zijn. En dat is er ook.

Daar­voor moet je langs bij Richard Sheri­dan, een Iers-Engelse schri­jver en politi­cus (1751-1816). In 1780 werd hij gekozen tot par­lementslid en lat­er bezette hij ook een min­is­ter­spost. Maar voor­dat hij aan zijn poli­tieke loop­baan begon, had hij al een suc­cesvolle car­rière achter de rug als toneelschri­jver.

Richard Sheri­dan (bron)

Het is zijn eerste toneel­stuk, The Rivals (1775), waar het hier om draait. Daarin komt een per­son­age voor met de naam Mrs Mala­prop. Zij is niet wat je noemt welbe­spraakt, maar doet wel erg haar best om zo te lijken. Ze tuimelt dan ook van de ene ver­sprek­ing in de andere. Zo zegt ze:

  • “I have inter­ced­ed anoth­er let­ter from the fel­low.” – Dat moet inter­cept­ed zijn.
  • “He is the very pineap­ple of polite­ness.” – Lees: pin­na­cle (top­punt).

Spoonerisme

Wie zich ook geregeld ver­sprak, maar dan op een andere manier, was de Engelse dom­i­nee en weten­schap­per William Archibald Spoon­er (1844-1930). Hij was hoofd en decaan van New Col­lege in Oxford en had de verve­lende neig­ing om voort­durend (meestal de eerste) let­ters of klanken van woor­den om te draaien.

Zo zou hij tegen een luie stu­dent gezegd hebben: “You have hissed all my mys­tery lessons.”

William Spoon­er (bron)

Er kun­nen twee din­gen gebeuren als je zo’n fout maakt: wat je kri­jgt is totale onzin, of je kri­jgt weer echte woor­den, alleen in een onzin­nige com­bi­natie.

“Een booi moek” is een spooner­isme van een mooi boek, maar daar valt niet veel lol aan te beleven. De ver­vorm­ing van Moth­er is bak­ing a bread in the kitchen tot Moth­er is break­ing a bed in the kitchen spreekt al meer aan, net als I have a half-warmed fish in my mind. En zo zijn een mond­hy­giënist en een tax­a­teur onroerend goed maar één spooner­isme van elka­ar ver­wi­jderd: tand­jes poet­sen, pand­jes toet­sen.

Alliteraties, of niet

Als terz­i­jde: omdat in een allit­er­atie de opeen­vol­gende woor­den al met dezelfde klank begin­nen, werken spooner­ismes daar veel min­der goed. Het zijn immers diezelfde eerste klanken van de woor­den die meestal omgewis­seld wor­den.

Als je bijvoor­beeld begint met Wie weet waar Willem Wev­er woont en je hus­selt lukraak te eerste let­ters door elka­ar, dan kri­jgt je… juist ja: Wie weet waar Willem Wev­er woont. Saai, saaier, saaist. Maar ook als je het probeert met meer dan één begin­klank (hier dus: inclusief de eerste klink­ers), dan wordt het niet veel meer soeps dan “Wee wiet wir Walem Wover weent”.

Oftewel: allit­er­aties en spooner­is­men gaan niet goed samen.

Maar toch, hoe dan ook, we komen er wel, met verkrachte een­den (en met excus­es aan de Ned­er­landse Bond van Vogel­liefheb­bers…). Ach, ik kan de weer­lei­d­ing niet ver­staan: nog een­t­je…

Wat vind jij?