Nederlanders gaan er soms prat op dat ze goed Engels spreken. En dat is vaak ook zo. Maar er zijn ook valkuilen, zoals het gebruik van het Engelse woord beamer. Dat betekent namelijk niet hetzelfde als het Nederlandse woord beamer.
Waar hebben we het over?
Woorden zoals computer, dashboard en sneakers zijn zogenaamde leenwoorden, die (in dit geval) vanuit het Engels hun weg naar het Nederlands hebben gevonden. Geldt dat ook voor beamer? Je zou denken van wel, want beam is geen Nederlands woord – maar dit verhaal is ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt.
Betekenis en gebruik
- Een beamer is in het Nederlands een digitale videoprojector.
- Een beamer is in het Engels een machine (in een textielfabriek) waarmee je garen of doek om een paal windt, of de persoon die zo’n apparaat bedient.
- Een projector is in beide talen een apparaat waarmee je beelden, zoals een film of foto’s, op een doek of muur projecteert.
Voorbeelden
- Much of the work that used to be performed by beamers is now done automatically by a machine.
- When I arrived to give my presentation, they hadn’t even set up a projector yet.
Even opletten
In het Brits-Engels kom je de term beamer weleens tegen in dezelfde context als in het Nederlands: de projectie van beelden. In het Amerikaans-Engels niet of nauwelijks. Maar toch is in beide Engelsen projector het woord dat de voorkeur krijgt.
In het Nederlands is beamer onafhankelijk ontstaan, als afgeleide van het werkwoord to beam (stralen), los van enige “import” uit het Engels.
Weetje
Veel achternamen zijn afgeleid van beroepen. In het Nederlands heb je bijvoorbeeld Visser, Bakker, Advocaat etc. Het zal je dan niet verbazen dan Beamer in de Engelstalige wereld ook een achternaam is.

Geef een reactie