Het zijn geen Engelse woorden die je elke dag intikt: veracity en voracity. Maar ze schelen maar één letter en klinken ook bijna hetzelfde.
Waar hebben we het over?
Woorden met een heel andere herkomst kunnen uiteindelijk toch erg op elkaar gaan lijken.
Betekenis en gebruik
- Veracity is het Engelse woord voor “waarheidsgetrouwheid”, “geloofwaardigheid”.
- Voracity is het Engelse woord voor “vraatzucht”.
Je kunt voracity met iets meer van een korte o-klank uitspreken in de eerste lettergreep, maar dan nog blijft het verschil met de sjwa-klank van veracity heel klein. Met name in het Amerikaans-Engels is er vaak nauwelijks tot geen verschil in uitspraak.
Voorbeelden
- It’s the small details that give a historical novel its veracity.
- The police will assess the veracity of the witness’s statement.
- The children ate the cake with enormous voracity.
- His voracity stems from a poor childhood, I think.
Even opletten
Deze beide zelfstandige naamwoorden hebben een bijbehorend bijvoeglijk naamwoord. Respectievelijk: veraciousen voracious.
Er is wel een duidelijk verschil in gebruik bij beide duo’s. Bij veracity/veracious zul je vaker het zelfstandige naamwoord veracity tegenkomen; maar bij voracity/voracious is het juist het bijvoeglijke naamwoord voracious dat vaker gebruikt wordt.
Sterker nog, in plaats van voracity zul je waarschijnlijk eerder nog zijn grote broer voraciousness tegenkomen.
Weetje
Veracity stamt af van het Latijnse woord voor “waar” of “waarheidsgetrouw”: verax. Via het Franse véracité heeft dat zijn weg gevonden naar het Engels, waar veracity sinds de vroege 17e eeuw in gebruik is.
Ook voracity heeft Latijnse wortels, en wel in het woord voor “gulzig” of “hongerig”: vorax. En ook dit woord is via het Frans (voracité) naar het Engels gereisd, waar het sinds de vroege 16e eeuw tot de woordenschat behoort.
Voracity is dus ouder van veracity – honger komt voor waarheid, kennelijk.

Geef een reactie