Taalterm: Sjwa

De taal­term van deze week, sjwa, is een zoge­naamde unsung hero, een misk­ende held. Iedereen luis­tert naar hem, iedereen maakt graag gebruik van zijn dien­sten, zon­der hem zou het Ned­er­lands héél anders klinken… en toch weet bij­na nie­mand wie hij is. Jam­mer eigenlijk.

Definitie

Een sjwa is een klink­er – niet in de zin van een let­ter van het alfa­bet, maar in de zin van een klink­er-klank. Hij staat ook bek­end als de “toon­loze e” of “stomme e” of “doffe e”.

De sjwa klinkt als een hele korte “eh” of “uh”, zon­der klem­toon. Het is laat­ste klink­er-klank in woor­den zoals vader, werken en boter.

Het fonetis­che sym­bool voor de uit­spraak van de sjwa is ə.

Voorbeelden

  • Het meer­voud van sjwa is sjwa’s.
  • Er zijn ook veel woor­den zon­der sjwa.
  • De klank in het mid­den van ‘krentenpap’ is ook een sjwa.

Etymologie

Dit woord vin­dt zijn oor­sprong in het Hebreeuws, waar een sjwa een accent­teken is dat helpt bij de uitspraak:

  • šəwā (leegte)

Weetje

Exper­i­ment: spreek de naam van de Britse koningin eens uit op zijn Ned­er­lands: E‑li-za-beth. Je hoort vier ver­schil­lende klanken – ee, lie, zaa, bet.

Spreek hem nu eens in je chic­ste Engels uit, een beet­je mom­pe­lend – uh, luh, zuh, buth. Zie je wat er gebeurt? Je hoort ineens vier sjwa’s!

Bonus-weet­je:
De sjwa valt bij­na alti­jd in een onbek­lem­toonde lettergreep.

Abonneer
Laat het weten als er
guest

0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties