TVDW: Superlatief

De taal­term van deze week, super­latief, is niet echt beschei­den. Natu­urlijk, zegt hij, je kunt alles met alles vergelijken. Maar voor hem is er maar één vergelijk­ing, vin­dt hij: hij laat iedereen achter zich. Voor de super­latief is beter gewoon niet goed genoeg.

Definitie

De super­latief is de overtr­e­f­fende trap in de trap­pen van vergelijk­ing.

In een vergelijk­ing tussen ver­schil­lende zak­en is de super­latief niet alleen een trap voor­bij iets anders, maar vormt hij het uiter­ste punt van de vergelijk­ing. Oftewel: snel, sneller, snelst.

Kijk voor meer infor­matie ook naar dit artikel over de elatief.

Voorbeelden

Zoals je ziet aan deze voor­beelden heeft het gebruik van de super­latief niets te mak­en met hoe groot of goed iets is in de fysieke wereld. Het is een puur taalkundi­ge term: de tegen­stri­jdi­ge woor­den mooiste en lelijk­ste zijn alle­bei super­latieven.

Etymologie

Deze term is via het Oud­frans (super­latif) terug te voeren op het Lati­jn:

  • super­la­tus (over­dreven), van super- (voor­bij) + lat- (dra­gen)

Weetje

Je maakt een super­latief op basis van een bijvoeglijk naam­wo­ord (knap, knap­per, knapst) of een bij­wo­ord (langza­am, langza­mer, langza­amst). Je merkt meteen hoe raar het is als je dat probeert met bijvoor­beeld een zelf­s­tandig naam­wo­ord: het is onzin­nig om te spreken over “luipaard, luipaarder, luipaardst”.

Wat vind jij?