Taalterm: Ablaut

De taal­term van deze week, ablaut, houdt wel van een beetje afwis­se­ling. Want zon­der vari­a­tie is het leven maat saai, vindt hij. Toch mag het weer niet té woest wor­den, want een beetje voor­spel­baar­heid stelt hij wel op prijs.

Definitie

Het taal­ver­schijn­sel ablaut doet zich voor bij woor­den die aan elkaar ver­want zijn (cog­na­ten) wan­neer je vol­gens een min of meer regel­ma­tig patroon een wis­se­ling ziet bij de gebruikte klin­ker in ver­schil­lende vor­men van die woorden.

Je kunt hier­voor ook de ter­men apo­fo­nieklank­wis­se­ling of klin­ker­wis­se­ling tegenkomen.

Voorbeelden

Bij de serie bre­ken-brak-gebro­ken zie je dezelfde klin­ker­wis­se­ling als bij ste­ken-stak-gesto­ken. Dat is een geval van ablaut.

Een ander voor­beeld zijn com­bi­na­ties zoals spraak-spre­ken en wraak-wre­ken, en ook lig­gen-leg­gen en zit­ten-zet­ten.

Etymologie

De ingre­di­ën­ten voor deze term komen uit het Duits:

  • ab- (af) + Laut (klank)

Deze term werd al eer­der gesig­na­leerd, maar is in 1819 offi­ci­eel vast­ge­legd door Jacob Grimm (ja, die van de sprook­jes) als een ver­korte ver­sie van Abstufung der Laute: “ver­loop van de klanken”.

Weetje

Ook in het Engels kom je geval­len van ablaut tegen. Net als in het Nederlands is dat vaak bij onre­gel­ma­tige werkwoorden. 

Denk aan spring-sprang-sprungring-rang-rung en sing-sang-sung.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

op zoek naar iets anders?