Dus ik zeg, je kúnt het, zeg ik.

Je zit thuis een film te kijken en denkt ineens: ik heb trek in een snack. Op naar de keuken, waar een inspec­tie van de koel- en andere kast­jes niets oplev­ert. Zucht. Terug naar de bank. Tien minuten lat­er denk je kop­pig: maar ik wil iets lekkers! Dus weer naar de keuken, en alle deurt­jes opnieuw open­mak­en om te zien of daarachter spon­taan een zak chips of een bak choco­lade-ijs gema­te­ri­aliseerd is. Herkenbaar?

Ik moest aan zo’n sce­nario denken toen ik las over een recent onder­zoek in de Jour­nal of Per­son­al­i­ty and Social Psy­chol­o­gy. Daarin stellen Ethan Kross en collega’s vast dat mensen die gestrest zijn of ergens over piek­eren er baat bij hebben om zichzelf in gedacht­en in de tweede of derde per­soon aan te spreken, in plaats van in de ik-vorm.

You can do it!
“We can do it”…? YOU can do it!

Een voor­beeld. Piet heeft mor­gen een sol­lic­i­tatiege­sprek en is daar best nerveus voor. Hij zegt tegen zichzelf: “Ik kan het. Ik heb me goed voor­bereid, en ik ben gewoon heel geschikt. Die baan is echt iets voor mij!” Vergelijk dat met Jan, die mor­gen voor diezelfde func­tie een gesprek heeft. Ook Jan is zenuwachtig en praat op zichzelf in: “Je kunt het. Je hebt je goed voor­bereid, en je bent gewoon heel geschikt. Die baan is echt iets voor jou!” Voel je het ver­schil? Vol­gens Kross heeft Jan meer baat bij zijn zelf-peptalk dan Piet, omdat Jan een soort inner­lijke coach of vriend oproept.

Het is maar een kleine tal­ige aan­pass­ing – van ik naar jij. Maar die kleine over­stap ontsluit een groot en rel­e­vant ver­schil: het onder­scheid tussen de ik en de ander.

Meestal willen we dat onder­scheid net­jes zo houden. Het fijn om jezelf te zijn. Er zijn tal­loze boeken geschreven over hoe baby’s en kinderen gaan­deweg hun eigen iden­titeit ontwikke­len. Mensen met een haperend gevoel van “zelf” hebben vaak psy­chol­o­gis­che hulp nodig. Zouden we nog wel nor­maal met elka­ar kun­nen com­mu­niceren zon­der die rotsvaste weten­schap dat ik mij ben en jij niet? Geen won­der dat beminden zich gretig overgeven aan uit­sprak­en als jij bent mij, jij maakt mij com­pleet, en wij zijn samen één – dat gevoel is juist zo bij­zon­der omdat het een zoete illusie is die de span­ning lijkt op te hef­fen tussen de ik-pool en de jij-pool in het mag­net­isme van de liefde.

Terug naar Piet en Jan, waar een omge­keerde (maar vergelijk­bare) illusie een rol speelt. Piet geeft zichzelf een ik-peptalk, maar daarmee vertelt hij zichzelf niets nieuws. Hij wist immers al wat hij dacht, want hij is zelf Piet. Jan daar­ente­gen haalt met zijn jij-peptalk een truc­je uit. Hij doet alsof er iemand anders is (dat is de illusie) die hem vertelt wat hij zelf al dacht, en hem dus beves­tig­ing geeft dat hij gelijk heeft. Dit is alle­maal onopzettelijk en onbe­wust – Jan denkt niet: “laat ik mezelf nou eens vrolijk in de mal­ing nemen” – maar het werkt. In het onder­zoek van Kross bleek dat mensen die in een stress­si­t­u­atie de Jan-strate­gie vol­gden rustiger, posi­tiev­er en suc­cesvoller waren.

Het is alsof je in gedacht­en even in ander­mans keuken bent, met nog volop chips en choco­lade-ijs op voor­raad. Even lekker psy­cho-virtueel smullen. Alleen jam­mer dat je daar een echte fil­mavond niet mee doorkomt. Hoewel… Je kunt het! Je gaat nu weer naar de keuken en je vin­dt die snack!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *