Every day vs. everyday

Je schri­jft het miss­chien niet elke dag op, every day. En every­day al hele­maal niet! Toch maakt die ene spatie wel degelijk een groot ver­schil. Geen slecht idee dus om te weten wat het onder­scheid is tussen die twee…

Waar hebben we het over?

Er is geen ontkomen aan: het woord every­day is nauw ver­want aan de woord­com­bi­natie every day. Maar gaan­deweg is het gebruikt sub­tiel veran­derd: het is een bijvoeglijk naam­wo­ord geworden.

Betekenis en gebruik

  • Every day betekent: iedere dag, elke dag
  • Every­day betekent: gewoon, dagelijks, alledaags

Net als alledaags kan every­day zow­el een neu­trale beteke­nis hebben (van elke dag, nor­maal, gewoon) als een iets negatieve (banaal, onbeduidend, gewoontjes).

Voorbeelden

  • He takes the bus to school every day.
  • For chil­dren, every­day occur­rences can still be magical.
  • For a doc­tor, an ingrown toe­nail is an every­day prob­lem; but for the patient, it’s not some­thing they encounter every day.

Even opletten

Bij every day kan je in de uit­spraak de klem­toon zow­el op every als op day leggen. Maar bij every­day ligt de klem­toon alti­jd op de eerste lettergreep.

Weetje

Als je aarzelt, kijk dan of je every day/every­day kunt ver­van­gen door each day. Is dat zo? Dan kies je voor every day, twee woorden.

Wat vind jij?