Taalterm van de week: Reduplicatie

We kijken deze week naar een taal­term, redu­pli­catie, die niets heeft te mak­en met “eens maar nooit weer”. Inte­gen­deel: dit is eerder een geval van “mag het een onsje meer zijn?”.

Definitie

Redu­pli­catie is een taalvorm waar­bij een woord of woord­deel wordt her­haald, in iden­tieke of iets aangepaste vorm, om extra nadruk te geven aan de term of zelfs om de beteke­nis te veran­deren.

Voorbeelden

  • Als notaris moet je een wirwar aan regels ken­nen.
  • Opa vertelde weer eens over zijn postzegelverza­mel­ing, bla bla bla
  • Hij is wel aardig, maar ik vind hem niet leuk leuk.

Etymologie

Wij leen­den het woord in de 19e eeuw van het Franse rédu­pli­ca­tion. De oor­sprong voert verder terug op het Lati­jn:

  • re (opnieuw) + dupli­care (een kopie mak­en; van duo [twee] + pli­care [vouwen])

Weetje

In veel tal­en heeft redu­pli­catie een gram­mat­i­cale func­tie. In het Indone­sisch kan je er bijvoor­beeld een meer­voud mee mak­en: burung betekent vogel en burung-burung betekent vogels.

Wat vind jij?