Bolletje

Onlangs hoorde ik iemand in een pod­cast iemand anders aan­halen die weer iemand anders had uit­ge­maakt voor a spher­i­cal bas­tard. Nou betekent het Ned­er­landse sfeer ook wel “bol”, en sferisch “bolvorm­ing” – maar in het Engels zijn die ter­men toch veel gebruike­lijk­er. Ik houd het op bol.

A spher­i­cal bas­tard. Een bolvormige klootzak. Wat een geweldige ver­wens­ing! Het idee is: de bol is de enige geometrische vorm die er alti­jd het­zelfde uitzi­et, van welke kant je hem ook bek­ijkt. Een spher­i­cal bas­tard is dan iemand waar­van je zegt: hoe je er ook naar kijkt, het is en bli­jft een klootzak.

Bolvormige klootzak
Bolvormige klootzak

Alleen een echte bèta kan op zo’n scheld­wo­ord komen, en ja, inder­daad, de (ver­meende) bron is de Bul­gaars-Zwit­sers-Amerikaanse astronoom Fritz Zwicky, die er een goede gewoonte van maak­te om een groep ster­renkundi­gen waarmee hij wedi­jverde voor spher­i­cal bas­tards uit te mak­en. Ook knappe weten­schap­pers kun­nen bitchy zijn…

Nu is bas­tard in het Engels pas gebruikt als scheld­wo­ord voor een man vanaf de negen­tiende eeuw. De veel oud­ere beteke­nis, in het Engels en ook in het Ned­er­lands (bas­taard), is “onwet­tig kind”. Een beteke­nis, zo lijkt het overi­gens, die niet alti­jd een onoverkomelijk nare bijs­maak had: de Engelse kon­ing William the Con­queror (1027-1087) werd in offi­ciële doc­u­menten, voor­dat hij de Verover­aar was, soms aange­duid als “William the Bas­tard”.

De meest waarschi­jn­lijke oor­sprong van het woord bas­taard heeft te mak­en met de plaats waarop onwet­tige kinderen meestal ver­wekt wer­den, namelijk niet in een (echtelijk) bed. In de goede oude tijd wilde reizende lieden het zadel van hun paard wel eens gebruiken als geïm­pro­viseerd bed, als er geen echte sponde voorhan­den was. Een bas­tum was in het Lati­jn een pakzadel, en een bas­tar­dus iemand die op een pakzadel ver­wekt was. (Dat is pas speed­dat­en!) In het Oud­frans was ook de term fils de baste gang­baar, wat “pakzadel­zoon” betek­ende, oftewel: bas­taard.

Inmid­dels heeft de pakzadel zich gerieflijk in ons vocab­u­laire gen­esteld in woor­den voor van alles en nog wat dat (zoge­naamd) van min­der­waardi­ge kwaliteit is, van bas­taard­hond tot bas­ter­d­suik­er.

Wat vind jij?