De taalterm van deze week, stopwoord, is een beetje tweeslachtig. Hij wordt namelijk gebruikt voor een heel specifiek doel – stoppen, dat raadde je al – maar de mensen die dat doen hebben het vaak zelf niet eens door.
Definitie
Een stopwoord is een woord, uitdrukking of geluid dat niet of nauwelijks betekenis bijdraagt aan een zin en dat door de spreker (onbedoeld) gebruikt wordt om een pauze op te vullen of de zin meer vaart te geven.
Voorbeelden
- Ik zag haar dus gisteren en toen zei ze dus dat ze naar Spanje op vakantie gaat omdat haar zus daar dus
- We zijn eh begonnen met de werkzaamheden maar eh het kan nog wel even duren voordat we eh klaar zijn.
- Weet je, we kunnen hier lang over doorpraten. Maar ik denk, weet je, dat dat helemaal geen zin heeft.
Iedereen gebruikt wel eens “opvulwoorden”, dat hoort bij spreektaal. Maar sommige mensen hebben een voorkeur voor een bepaald woordje, waardoor het gaat opvallen en storend kan zijn. In dat soort gevallen zeg je dat die persoon “een stopwoordje heeft”.
Etymologie
Je zou misschien denken dat het “stoppen” in stopwoord met ophouden of tegenhouden te maken heeft. Maar dat is niet zo:
- stoppen (opvullen, zoals in: een sok stoppen) + woord
Weetje
In het Engels heet een stopwoord een filler of filler word. En dus niet, zoals je ziet, een “stop word”. Populaire Engelse fillers zijn you know, I mean, like en well.

Geef een reactie