Taalterm van de week: Endoniem

De taal­term van deze week, endoniem, is huis­ge­maakt. Van eigen bodem. Autochtoon. Een echte local. Geboren en geto­gen. En als hij de grens over gaat, trekt hij soms een ander jas­je aan – maar vaak ook niet.

Definitie

Een endoniem of autoniem is een naam voor een geografis­che plaats, per­soon, groep of taal die gebruikt wordt bin­nen het taal­ge­bied waar die naam zelf van­daan komt.

Voorbeelden

  • Wij zeggen Liss­abon, maar in Por­tu­gal zeggen ze Lis­boa.
  • In het Deens is Dan­mark het woord voor Denemarken.
  • Mikołaj Kopernik is de Poosle naam voor Nico­laas Copernicus.
  • Tegen­wo­ordig zeggen we Bei­jing in plaats van Peking.

Etymologie

Dit woord bestaat uit ingrediën­ten die oor­spronke­lijk komen uit het Grieks:

  • endo- (bin­nen) + ono­ma (woord)

Weetje

Het tegen­overgestelde van een endoniem is een exoniem.

In veel gevallen ís het endodiem óók het exoniem. Denk aan de stad­snaam Utrecht of de per­soon­snaam Albert Ein­stein. Kan jij nog een voor­beeld verzinnen?

Wat vind jij?