Taalterm van de week: Oxymoron

De taal­term van deze week, oxy­moron, is het eigen­lijk nooit met zichzelf eens. Hij vin­dt dit, hij vin­dt dat – maar het deert hem niet. Hij gooit het alle­maal op één hoop, soms zelfs met prachtig effect.

Definitie

Een oxy­moron is een sti­jl­figu­ur waar­bij je twee of meer ter­men com­bi­neert die elka­ar eigen­lijk uit­sluiten.

Je kunt een oxy­moron een “fout” noe­men als hij onbe­doeld is en ver­war­ring veroorza­akt, maar vaak wordt deze sti­jl­figu­ur juist opzettelijk gebruikt om zijn retorische of poëtis­che zeg­gingskracht.

Voorbeelden

  • Heb jij het boek ‘Zwarte Sneeuw’ al gelezen?
  • Toen de directeur onverwacht zijn aftre­den aankondigde, viel er een oorver­dovende stilte in de ver­gaderza­al.
  • Lat­en er geen mis­ver­stand over bestaan: zoge­naamde “alter­na­tive facts” zijn gewoon onwaarhe­den.

Etymologie

De bestand­de­len van dit woord, dat rond het mid­den van de 17e eeuw ontstaan is, komen uit het Grieks:

  • oxys (scherp) + moros (dwaas)

Let op! Je kunt het woord oxy­moron dus zien als een voor­beeld van zijn eigen beteke­nis (het is dus een autoniem), want een opmerk­ing kan niet tegelijk scherp (slim) en dwaas (dom) zijn.

Weetje

Een oxy­moron is het tegen­overgestelde van een pleonasme en is juist ver­want aan de con­tra­dic­tio in ter­min­is.

SaveSave

Wat vind jij?