Taalterm van de week: Anastrofe

De taal­term van deze week, anas­trofe, draait zich ’s ocht­ends vroeg lief­st nog een keert­je om. Sterk­er nog, dat doet hij ook rond lunchti­jd en in de mid­dag én ’s avonds. Eigen­lijk is zich omdraaien zo’n beet­je zijn favori­ete hobby.

Definitie

Een anas­trofe is een sti­jl­figu­ur waar­bij je in een zin (of zins­deel) de gebruike­lijke woord­vol­go­rde omkeert.

Dat kan bijvoor­beeld met het onder­w­erp en lij­dend voor­w­erp, maar ook met bijvoeglijk naam­wo­ord en zelf­s­tandig naam­wo­ord, en in bepaalde staande uit­drukkin­gen. Anas­tro­fen komen geregeld voor in poëzie om rijm mogelijk te maken.

Voorbeelden

  • Postzegels verza­mel ik.
    (in plaats van “Ik verza­mel postzegels”)
  • Ter­wi­jl ik van de wijn genoot / Zag ik ’t avond­zon­net­je rood.
    (in plaats van “’t rode avondzonnetje”)
  • Hemelt­jelief!
    (in plaats van “Lieve hemel!”)

Etymologie

Zoals bij zoveel taal­ter­men is ook anas­trofe gebaseerd op woor­den uit het klassieke Grieks:

  • ana- (terug, opnieuw) + strephein (draaien)

Het woord heeft rond 1720 zijn intrede gedaan in het Nederlands.

Weetje

Een van de bek­end­ste per­son­ages die geregeld in anas­tro­fen spreekt, is Yoda uit de Star Wars films. Kijk maar naar deze klassieke scène uit The Empire Strikes Back (1981).

Wat een anas­trofe is, weet jij nu.

Wat vind jij?