De evaluatie van elektroderen

Ik weet niet hoe lang het nog duurt, maar voor­lop­ig zijn mijn bei­de zoons nog volop in de ban van Poké­mon. Mijn huis puilt uit van de ruilka­art­spelka­arten (bakken vol), pop­pet­jes, posters, boeken, Wii-spellen, T-shirts, pen­nenkok­ers en ga zo maar door.

In een poging mij te ver­hef­fen lift ik een klein beet­je met ze mee en ik ken inmid­dels een paar van deze car­toon­mon­stert­jes bij naam. Ik begri­jp ook min of meer hoe het werkt met al die gevecht­en en leagues en trans­for­maties en lev­els en gyms en soorten en super­ac­tieve aan­vallen en zo.

Turtle + twig
Tur­tle + twig

Maar het mooiste vind ik nog hoe Poké­mon hun (en mijn) taal ver­rijkt heeft met een paar fraaie nieuwe ter­men. Ik noem drie voor­beelden.

Om te begin­nen hebben veel Poké­mon namen die een taal­grap­je zijn, als je ten­min­ste Engels spreekt. Zo is er een beestje dat eruitzi­et als een babyschild­pad dat een twi­jg­je met twee blaad­jes op zijn hoofd heeft. Het heet Turtwig. Tur­tle + twig = Turtwig. Geinig.

Lees verder De eval­u­atie van elek­troderen

Ooit

Zoals beloofd heb je nog enige uit­leg tegoed over de jong­ste bewon­er van de kweekvi­jver. (Voor wie het nog niet weet: de kweekvi­jver is de plaats waar Taalei­doscoop woor­den verzint en verza­melt die nog niet bestaan, maar die wel zouden moeten bestaan.)

Onlangs had ik een goed gesprek met mij jong­ste zoon. Hij is in de leefti­jd dat hij over­al vra­gen bij stelt en de wereld niet meer klakkeloos aan­neemt zoals hij is. Waarom dit? Waarom dat? Hoe kan dit? En waarom niet zus, of zo?

Het besef is inmid­dels ook tot hem doorge­dron­gen dat de wereld niet alti­jd geweest is zoals hij nu is, en ook niet alti­jd zo zal zijn. Hij slurpt het alle­maal aan­dachtig op: dat vroeger tv’s een zwart-wit beeld had­den, dat tele­foons ooit alle­maal een losse hoorn had­den die met een kringel­draad­je aan het toes­tel vastzat, dat er ooit geen vlieg­tu­igen waren. En hij stelt zich ook voor wat er alle­maal nog meer uit­gevon­den zal wor­den, lat­er als hij groot is.

Lees verder Ooit

Goed gezien!

Er zijn van die uit­drukkin­gen die je zo nu en dan langs ziet komen, maar waar­van je niet pre­cies weet waar ze van­daan komen. Ik had dat onlangs toen ik in een Engelse tekst de term 20/20 vision gebruik­te.

Je hebt deze vast wel eens geho­ord in een film of op tv. Iemand met 20/20 vision heeft een goed gezichtsver­mo­gen. Maar wat is die twintig-twintig toch? Ik wist het niet, en dus ging ik zoeken. En tot mijn ver­baz­ing blijkt er in dit taalver­haal een ste­vige Ned­er­landse com­po­nent te zit­ten!

Lees verder Goed gezien!

Feestje

Het getal 100 dringt zich vrij moeit­eloos op als een bij­zon­der cijfer. Er zijn wel meer getallen met sexap­peal natu­urlijk – zoals 7 (de zeven wereld­won­deren, de zeven hoofd­zon­den) of 12 (de twaalf apos­te­len, twaalf uren op een wijz­er­plaat) of 42 (het antwo­ord op de ultieme vraag over het lev­en, het uni­ver­sum, en alles – ten­min­ste, vol­gens The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy).

Maar 100 heeft iets. Iets spe­ci­aals. We vin­den het bij­zon­der als iemand hon­derd jaar oud wordt. (Ter­wi­jl nege­nen­negentig toch ook heel hele presta­tie is!) We stellen lijsten op van de Top 100 van van alles en nog wat. Tel de eerste negen priemge­tallen bij elka­ar op en je kri­jgt, jawel, hon­derd. Een eeuw duurt hon­derd jaar. 100% is com­pleet. Water kookt bij hon­derd graden Cel­sius. En ga zo maar door…

Iene miene mutte...
Iene miene mutte...

Miss­chien heeft het iets te mak­en met onze anatomie. Wij mensen hebben namelijk tien vingers. (Ten­z­ij je geboren bent met poly­dactylie, natu­urlijk.) En dus ligt het voor de hand – let­ter­lijk! – om tien­tal­lig te tellen. Doe tien keer tien en voilà, je hebt hon­derd.

Onze vrien­den de oude Romeinen had­den natu­urlijk ook een woord voor hon­derd, en dat was cen­tum. Dat zie je nog steeds terug in alle mod­erne Europese tal­en. Denk dan, in het Ned­er­lands, aan woor­den als cent (er gaan er hon­derd van in één euro), pro­cent (een hon­derd­ste deel van iets), cen­time­ter (hak een meter in hon­derd stuk­jes) en cen­ten­ni­um (chic woord voor eeuw, denk aan het Engelse cen­tu­ry).

Lees verder Feestje

Ridders

Neem wat oud wit brood, een paar eieren, een beet­je suik­er en wat melk. Klop de melk, suik­er en eieren door elka­ar. Sni­jd de korstjes van het brood af en doop de sneet­jes in het mengsel. Bak ze dan in bot­er in een koeken­pan – en voilà, je hebt een heer­lijk gerecht dat we in Ned­er­land wen­tel­teef­jes noe­men.

Wen­tel­teef­jes

Een mooi woord is dat, wen­tel­teef­je. Het tweede deel van de samen­stelling, “teef­je”, is waarschi­jn­lijk de ver­bas­ter­de vorm van een oud woord voor een soort gebak. En het eerste deel geeft aan dat je deze teef­jes in de pan moet wen­te­len om ze aan bei­de zij­den gaar te bakken. Maar wij zijn lang niet de eni­gen die dit gerecht, of een vari­ant erop, mak­en. En inter­na­tion­aal heeft het de meest uiteen­lopende namen.

De Amerika­nen noe­men het French toast, maar er zijn geen aan­wi­jzin­gen dat dit een recept van Franse orig­ine is. In Groot-Brit­tan­nië wordt het eggy bread genoemd, of gyp­sy toast. Ook hier is er geen reden om aan te nemen dat zige­uners iets te mak­en hebben met de herkomst van de lekkernij. Maar het valt wel op dat de naamgev­ing steeds sug­gereert dat dit eten “van elders” komt.

Lees verder Rid­ders

Hoedje van papier

Stel, je maakt een film. En die film doet het goed. Er wordt wat geld ver­di­end, en dan zijn er slimme lieden die zeggen: lat­en we dat nog eens doen. Om meer geld te ver­di­enen.

Dan maak je nog een film op basis van het­zelfde idee. Film II, zogezegd. Dan heb je twee films die een beet­je bij elka­ar horen. Samen kun je die een tweeluik noe­men. Het orig­i­neel en het ver­volg.

Diezelfde slimme lieden komen natu­urlijk ook op het idee om nog een film te mak­en. Film III dus. Dan heb je drie films, die je samen een drieluik of trilo­gie noemt. Dat is een mooi woord, trilo­gie. Het stamt uit het Grieks en is samengesteld uit de delen tri- (drie) en logos (ver­haal).

De filmw­ereld is dol op dit soort trio’s. Zo heb je drie keer Back to the Future, Bourne, Spi­der-Man, Pirates of the Caribbean, Juras­sic Park etc. Maar soms willen die fijne slimme lieden er nog een vierde film aan vast plakken. Dat kan natu­urlijk, maar waar bli­jf je dan met je “drie + ver­haal”? Je moet dan toch echt over­stap­pen op “vier + ver­haal”.

Dat klinkt miss­chien sim­pel, maar dat is het niet. Ken­nelijk. Lees verder Hoed­je van papi­er