Ik weet niet hoe lang het nog duurt, maar voorlopig zijn mijn beide zoons nog volop in de ban van Pokémon. Mijn huis puilt uit van de ruilkaartspelkaarten (bakken vol), poppetjes, posters, boeken, Wii-spellen, T‑shirts, pennenkokers en ga zo maar door.
In een poging mij te verheffen lift ik een klein beetje met ze mee en ik ken inmiddels een paar van deze cartoonmonstertjes bij naam. Ik begrijp ook min of meer hoe het werkt met al die gevechten en leagues en transformaties en levels en gyms en soorten en superactieve aanvallen en zo.

Maar het mooiste vind ik nog hoe Pokémon hun (en mijn) taal verrijkt heeft met een paar fraaie nieuwe termen. Ik noem drie voorbeelden.
Om te beginnen hebben veel Pokémon namen die een taalgrapje zijn, als je tenminste Engels spreekt. Zo is er een beestje dat eruitziet als een babyschildpad dat een twijgje met twee blaadjes op zijn hoofd heeft. Het heet Turtwig. Turtle + twig = Turtwig. Geinig.
Daarnaast heb ik mee mogen maken hoe mijn beide kinderen gaandeweg dezelfde taalfout overmeesterd hebben. Ik heb hun speelpleingenootjes precies hetzelfde proces horen doormaken en online is deze woordverwisseling ook volop te vinden – kennelijk zijn dit dingen die zich generatiebreed afspelen.
Verder lezen De evaluatie van elektroderen

