Herfstrijm

In deze herf­stda­gen, met Sin­terk­laas in aan­tocht, dwar­re­len onze gedacht­en – als bladeren van een boom – al snel in de richt­ing van rijm. Want in menig gezin of vrien­denkring is de tijd weer aange­bro­ken om loot­jes te verde­len, cadeaus uit te kiezen, sur­pris­es in elka­ar te knut­se­len en verzen te dicht­en.

Pakjesavond
Pak­je­savond

Maar herf­st is geen woord dat je snel aan het eind van een dichtregel zult plaat­sen, want… er rijmt niets op. Je kunt met enig kun­st- en vlieg­w­erk wel wat verzin­nen, maar dat zijn geen fijne, bruik­bare woor­den. (En, alsof de duv­el ermee speelt, in het Engels is er ook al geen rijm­wo­ord voor autumn. Wat is dat toch met dat najaar?) Nog zo’n woord is twaalf, dat ook al rijm­loos door het lev­en gaat. En elke twaalf maan­den is het herf­st, dus dit zijn onger­i­jmd­he­den die nooit voor­bi­j­gaan; zo is de cyclus van het lev­en.

Je hebt trouwens, voor de gevorderde Pieten onder ons, ver­schil­lende soorten rijm. Om te begin­nen (sor­ry, dames) is er man­nelijk rijm. Daar­bij rij­men alleen de laat­ste let­ter­grepen van woor­den op elka­ar. Ik ken een man / die alles kan is man­nelijk rijm. Maar er is ook vrouwelijk rijm, dat (sor­ry, heren) stilis­tisch vaak inter­es­san­ter is. Daar­bij rij­men de laat­ste twee let­ter­grepen, met de klem­toon op de voor­laat­ste. Er zijn nog steeds veel vrouwen / die hun vent niet vertrouwen is vrouwelijk rijm. En voor de gevorder­den m/v onder ons is er ook nog dactylisch rijm, waar­bij de op twee na laat­ste let­ter­greep bek­lem­toond is. Als je wilt horen wat dames fluis­teren / moet je als ker­el wel leren luis­teren. Zoi­ets. Dactylisch rijm en andere vor­men waar­bij de klem­toon nóg verder naar voren ligt, wor­den ook wel gli­j­dend rijm genoemd.

Maar wat ik eigen­lijk belan­grijk­er vind dan rijm in taal, is rijm tussen mensen. Want op het gevaar af, met de kerst in aan­tocht, om iets heel blas­femisch te zeggen: jij bent het woord. Of liev­er, jij ben een woord. Net als de mensen om je heen. En die woor­den, die rij­men op elka­ar. De mensen die in een bedri­jf met elka­ar werken, zijn woor­den die een klank delen – en die klank, die rijm is de stem van dat bedri­jf. Het is het ver­haal dat ze verbindt. Het­zelfde geldt voor de leden van een sport­team, een toneelv­erenig­ing, een gezin. Het zijn de mensen met wie je je tijd, je lev­en, je ver­haal deelt.

En het woord dat jij bent, geeft aan wat jouw eigen­heid is. Ken jezelf en wees gul met je cre­ativiteit; je zult zien dat dat weerk­lank vin­dt. Dat het rijmt. Daar kun­nen geen twaalf herf­sten tegenop.

Mag ik een kleine sug­gestie doen? Geef van­daag eens een knuffel aan iemand die het niet verwacht. Dat is een klank die de wereld alti­jd kan gebruiken – en je zult zien dat er veel op rijmt!

Update: Een attente lez­er vertelde me dat er wel degelijk een woord is dat rijmt op twaalf. En dat is zwaalf, een gewest­elijk woord, vol­gens Van Dale. Een zwaalf is een boeren­zwaluw, en zo kri­jgt twaalf toch nog (rijm)vleugels...

Wat vind jij?