In het Nederlands ben je eerder geneigd om “de auto van Piet” te zeggen, en niet “Piets auto”. Of moet dat toch “Piet’s” zijn, met een apostrof? En hoe zit dat als een naam eindigt op een klinker, zoals bij “Marieke” – wel of geen apostrof? We leggen het haarfijn uit!
Blog
-

Taalterm: Cesuur
De taalterm van deze week, cesuur, heeft het niet zo op doordraven. Geduld, geduld, zegt hij vaak. Even pas op de plaats om rustig op adem te komen; daarna kunnen we weer in volle vaart verder.
(meer…) -

Rantsoen
Als je als betaalde kracht werkt voor een baas, dan krijg je loon. En een maandelijks loonstrookje waarop van alles staat: het brutoloon, de inhoudingen, vakantiegeld, etc. Maar je hebt het dan altijd over geld. Je zou toch wel een tikkie verbaasd zijn als op je jongste loonstrookje stond dat je voor je diensten betaald werd in zout in plaats van euro’s. Toch is dat niet zo gek als het klinkt.
-

50% is vs. 50% are
In het Nederlands is de regel heel simpel: percentages behandel je grammaticaal als een enkelvoud. Je zegt bijvoorbeeld: “50% van de gasten kwam te laat” (en niet “kwamen te laat”).
In het Engels zijn de regels net even anders. Daar kunnen percentages ook als enkelvoud gelden – maar niet altijd! Hoe zit dat?
-

Taalterm: Franse titelpagina
De taalterm van deze week, Franse titelpagina, zegt niet zo heel veel. Hij is meer een soort voorproefje, een amuse-gueule. Het liefst heeft hij dat je hem kordaat weer omslaat om snel verder te praten met zijn grote broer.
-

Werkloos vs. werkeloos
Betekenen de woorden werkloos en werkeloos hetzelfde of niet? Het hangt er een beetje van af aan wie je het vraagt, maar voor veel taalgebruikers is er wel degelijk een onderscheid. Wat is dat verschil dan en hoe pas je het toe?
