TVDW: Lexeem

De taal­term van deze week, lex­eem, voelt zich een beet­je als een pater famil­ias. Hij staat vaak aan het hoofd van een hele club aan woor­den die van hem afs­tam­men.

Elke ocht­end kijkt hij trots in de spiegel en zegt: ik besta omdat ik iets beteken en ik beteken iets omdat ik besta! Valse beschei­den­heid hoef je dan ook niet te verwacht­en van een lex­eem.

Definitie

Lex­e­men zijn een­heden van beteke­nis in een taal die niet verder vereen­voudigd kun­nen wor­den. Een lex­eem kan een heel woord zijn, maar veel woor­den bestaan uit lex­e­men die ver­bo­gen zijn of waaraan andere ele­menten zijn toegevoegd.

Zo kun je op basis van het lex­eem (en woord) mens aller­lei andere woor­den vor­men, zoals menselijk, mensen, oer­mens, ver­menselijkt etc.

Deze woor­den gelden dan niet stuk voor stuk als aparte lex­e­men, maar als ver­schi­jn­ingsvor­men van het­zelfde lex­eem. De toevoeg­in­gen -elijk, -en, oer-, ver- en -t zijn op eigen kracht geen lex­e­men, omdat ze (los van mens, in dit voor­beeld) geen beteke­nis hebben.

Ver­wante taal­ter­men zijn: mor­feem en seman­teem.

Voorbeelden

  • Elk woord in deze zin is een lex­eem.
  • Samengestelde woor­den zoals ‘lan­taarn­paal’ zijn com­bi­naties van meerdere lex­e­men.

Etymologie

Dit is een vrij recente taal­term, die in de jaren 1930 zijn intrede heeft gedaan als nieuw gemu­nte vak­term.

  • lex (woord) + -eem (suf­fix om een – meestal taalkundi­ge – een­heid aan te duiden)

Weetje

Als vuistregel kun je aan­houden dat de meeste niet-samengestelde woor­den die in een woor­den­boek hun eigen lem­ma hebben (en dus als aparte een­heid alfa­betisch zijn opgenomen) lex­e­men zijn. Bij werk­wo­or­den zal dat lem­ma dan het infini­tief zijn, dus inclusief de uit­gang -en.

Wat vind jij?