Meedoen vs. mee doen

Als iemand je vraagt om gezel­lig mee te doen, dat staan de woor­den mee en doen net­jes los van elka­ar, met het kleine te ertussen. Maar is mee­doen niet eigen­lijk één woord? En zo ja, kun je dan echt nooit mee + doen als losse woor­den tegenkomen? We zoeken het voor je uit! Lees je even met ons mee?

Waar hebben we het over?

De woor­den met en mee zijn nauw ver­want, maar je kunt ze niet zomaar door elka­ar gebruiken.

Betekenis en gebruik

  • Mee­doen is een werk­wo­ord dat betekent: “deel­ne­men aan”, “zich aansluiten bij”.
  • Mee doen is een com­bi­natie van het bij­wo­ord mee (van “met”) en het werk­wo­ord doen.

Er zijn veel werk­wo­or­den met mee- die aangeven dat je iets samen doet. Denk aan meegevenmeespe­lenmee­huilenmeer­i­j­den… Je kunt eigen­lijk mee- voor zowat elk ander werk­wo­ord plakken, en dat schri­jf je dan alti­jd aan elkaar.

Kom je dan nooit een com­bo zoals mee doen tegen, als twee losse woor­den? Jazek­er. Maar dan is de beteke­nis anders. Er is dan niet iemand die zelf mee­doet, maar juist iemand die iets doet mét iets anders.

Voorbeelden 

  • Mogen we met jul­lie mee­doen?
  • Het idee van Kevin, daar moeten we iets mee doen.
  • Als jul­lie ook meew­erken, wordt het veel makkelijker.
  • De nieuwe soft­ware waar we mee werken is echt veel beter.

Je kunt zin­nen twee en vier (met het losse mee) ombouwen tot een con­struc­tie met met; bij de andere voor­beelden is dat niet mogelijk:

  • We moeten iets doen met het idee van Kevin.
  • We werken met nieuwe soft­ware die echt veel beter is.

Even opletten

Zie je het betekenisver­schil bij de voor­beelden hier­boven? In de eerste en derde zin zijn het mee­doen en het meew­erken de hoof­dac­tiviteit waar het om gaat. Maar bij voor­beelden twee en vier is de activiteit sim­pel­weg het doen, het werken – en die vin­dt plaats met iets anders waar de zin naar ver­wi­jst (namelijk: het idee van Kevin en de nieuwe software).

Tip: je hoort het ver­schil ook. Bij mee­doen en meew­erken ligt de klem­toon op mee; en bij mee doen en mee werkenligt hij juist op doen en werken. Lees de voor­beeldzin­nen maar eens hardop, dan hoor je het meteen.

Weetje

Je kunt er nog een schep­je bovenop doen door een mee-werk­wo­ord zelf weer te kop­pe­len aan met. In dat geval gebruik je alti­jd met en niet mee-.

Lat­en we bijvoor­beeld begin­nen met het werk­wo­ord zin­gen. Als je daaraan zo’n gevoel van “deel­ne­men aan” wilt kop­pe­len, doe je dat met het voor­voegsel mee- of door het losse bij­wo­ord mee te gebruiken:

  • En nu alle­maal meezin­gen!
  • Car­la zingt vanavond niet mee.

Maar ga je ver­vol­gens aangeven met wie er meege­zon­den wordt, dan kri­jg je dus een dubbele mee/met:

  • En nu alle­maal meezin­gen met de schoolmeester!
  • Car­la zingt vanavond niet mee met het koor.

Wat vind jij?