In de afgelopen 25 jaar is de officiële spelling van het Nederlands een paar keer veranderd. Een van de woorden die daarbij voor verwarring zorgden was paardebloem. Of moet dat nou toch paardenbloem zijn, mét tussen‑n?
Categorie: TaalTips
Hoe hoort het, wat is fout, waar moet je op letten? Taal hangt aan elkaar van regels en uitzonderingen, en die veranderen soms ook nog. Tijd voor helderheid.
-

Opa’tje vs. opaatje
Als je het woord opa wilt verkleinen, kun je daar niet zomaar -tje achteraan plakken. Wil je de middelste [aa]-klank behouden, dan moet je iets aan de spelling aanpassen. Maar hoe doe je dat: met een extra apostrof, of met een extra a?
-

Sowieso vs. zowiezo
Je hoeft niet ver te kijken om te zien dat er veel vormvarianten zijn voor het woord sowieso. Denk aan “zowiezo”, “zowieso”, “sowiezo”, “so wie so”, “zo-wie-zo”, etc. Toch is alleen sowieso de juiste spelling – maar waarom?
-

Grote vs. grootte
Het lijkt bijna op kwartetten. Je start met groot, en vervolgens raak je een o kwijt bij de overstap naar grote. Maar die o komt weer vrolijk terug in het woord grootte, mét nog eens een extra t erbij! Wanneer kies je welke vorm?
-

Materiaal vs. materieel
De woorden materiaal en materieel zijn beide afgeleid van de term materie (dat weer afstamt van materia, het Latijnse woord voor grondstof). In het hedendaags Nederlands zijn materiaal en materieel in sommige gevallen onderling uitwisselbaar, maar niet altijd.
-

Dagelijks vs. alledaags
In de woorden dagelijks en alledaags herken je meteen het stamwoord dag terug. In letterlijke zin kom je iets wat “dagelijks” is dag na dag tegen. En iets was alledaags is, is van “alle dagen”. Toch zijn er wel degelijk verschillen in betekenis en gebruik.
