Taalterm van de week: Verkorting

De taal­term van deze week, verko­rt­ing, wil liev­er niet je tijd ver­doen. Hij weet immers dat je wel wat beters te doen hebt. En zelf houdt hij ook niet van over­bod­i­ge bal­last, dus hij gooit snel weg wat hij niet echt nodig heeft.

Definitie

Een verko­rt­ing is een soort afko­rt­ing waar­bij je een deel van het afgeko­rte woord weglaat.

Soms bli­jft de rest van het woord bij een verko­rt­ing in ongewi­jzigde vorm staan, maar het kan ook zijn dat de spelling iets veran­dert of er een (vaak afs­lui­tende) klank bijkomt.

Verko­rtin­gen zijn een manier om het taal­ge­bruik effi­ciën­ter te mak­en, met name in de spreek­taal. In bij­na alle gevallen bespaar je in de verko­rte ver­sie een of meer let­ter­grepen op het orig­i­neel.

Voorbeelden

Vaak zijn het de laat­ste let­ters die in een verko­rt­ing weg­vallen:

  • pro­fes­sor → prof
  • aso­ci­aal → aso
  • bioscoop → bios
  • pianoforte → piano  

Maar soms zijn het de eerste let­ters die verd­wi­j­nen; dit komt geregeld bij voor­na­men voor:

  • natu­urlijk → tuurlijk
  • omnibus → bus
  • Michiel → Chiel
  • Char­lotte → Lotte

Bij deze verko­rtin­gen is de klank of de spelling iets aangepast:

  • elek­trische pro­ducten (of bedrad­ing) → elek­tra
  • pad­den­stoel→ pad­do
  • boterham(metje) → bam­met­je
  • les­bi­enne → les­bo

Etymologie

  • ver– (pre­fix om een (maak)proces aan te duiden) + kort + ‑ing (suf­fix dat een zelf­s­tandig naam­wo­ord vormt)

Weetje

Toen mijn kinderen klein­er waren, had­den ze vaak een favori­et spel­let­je of Poké­mon of tv-serie of iets anders. En die favori­eten waren dan hun “lievel­ings”. Denk aan: Pikachu is echt mijn lievel­ings.

Het was een hand­i­ge en flex­i­bele verko­rt­ing, omdat hij mul­ti-inzetbaar is. Eigen­lijk gebruik­ten ze het bij­na als bijvoeglijk naam­wo­ord, zij het dat het woord niet ver­voegd werd.

Zo’n verko­rt­ing met een bun­ge­lende tussen‑s aan het eind ziet wat raar uit. Maar toch had­den mijn jon­gens dat niet hele­maal uit de lucht gegrepen. Denk maar aan het woord beroeps (“niet-ama­teur”), waarmee we pre­cies het­zelfde doen. Ken jij nog meer voor­beelden?

Bonus-weet­je:
Hoewel ze geen echte verko­rtin­gen zijn (omdat ze niet dienen als plaatsver­vanger voor de ingeko­rte woor­den, maar juist als een versmelt­ing van hun betekenis­sen), hebben porte-man­teaus veel gemeen met verko­rtin­gen. Je leest er alles over in deze Taal­term van de week.

Wat vind jij?