Taalterm van de week: Synecdoche

De taal­term van deze week, synec­doche, vind dat het best een onsje min­der mag zijn. Waarom zou je voor de hele mep gaan als je het ook kunt doen met een klein stuk­je daar­van?

Definitie

Een synec­doche is een sti­jl­figu­ur waar­bij je naar iets ver­wi­jst door een deel ervan te benoe­men.

De uit­spraak van deze taal­term is miss­chien anders dan je in eerste instantie denkt: sie-NEK-do-gee.

Voorbeelden

  • Tes­sa warmt nooit eten op in de mag­netron. *
  • We kun­nen wel een extra paar han­den gebruiken.
  • Heeft die klootzak me nou alweer belaz­erd?

* De mag­netron is maar één onderdeel van een mag­netronoven.

Etymologie

De term synec­doche komt uit het Lati­jn, maar de bron is het Griekse synek­dokhe (het een begri­jpen met het ander; let­ter­lijk: “het samen ont­van­gen”):

  • syn (met) + ek (uit, zoals bij ex) + dekhesthai (ont­van­gen)

Weetje

Je kunt de synec­doche zien als een vorm van metonymie. Of het zijn op zijn minst soort­gelijke sti­jl­fig­uren die óók ver­want zijn aan de metafoor. Bij al deze taalver­schi­jnse­len is sprake van beeld­spraak.

Oplet­tende lez­ers zullen miss­chien al gezien hebben dat dit recente taalver­haal ook al (deels) over de synec­doche gaat!

Wat vind jij?