Taalterm van de week: polyptoton

De taal­term van deze week, polyp­to­ton, houdt wel van een beet­je vari­atie. Toch moet het ook geen rat­je­toe wor­den, vin­dt hij. Een vertrouwd gezicht hier en daar, dat stelt hij wel op prijs.

Definitie

Een polyp­to­ton is een sti­jl­figu­ur waar­bij je een woord in een korte pas­sage of zin meerdere keren én in ver­schil­lende vor­men laat terugkomen.

Die “ver­schil­lende vor­men” kun­nen bijvoor­beeld ver­voeg­in­gen van een werk­wo­ord zijn (zoals loopt en liepen), een zelf­s­tandig naam­wo­ord en een bijvoeglijk naam­wo­ord die het­zelfde stam­wo­ord hebben (zoals heren en heer­lijk), of andere ver­wante woorden.

Voorbeelden

Je vin­dt de polyp­to­ton vooral terug in poëzie en in klassieke werken, zoals in deze regels uit “Des men­schen tyt is kort”van Roelof Waningh:

  • Gelijk een loop­er loopt, soo loopen wegh ons tijden

Of denk aan dit gezegde uit de Romeinse oudheid:

  • Homo homi­ni lupus est (“De mens is een wolf voor zijn medemens”)

Maar het kost niet al te veel moeite om zelf een nieuwe polyp­to­ton te verzinnen:

  • Ik had mijn bedenkin­gen, maar toch dacht ik dat het wel zou lukken.

Etymologie

We hebben deze term, via het Lati­jn, uitein­delijk van de oude Grieken overgenomen.

  • polup­to­ton, van poly- (veel) + pip­to (ik val)

Weetje

De polyp­to­ton is als sti­jl­figu­ur ver­want aan twee andere stilis­tis­che vor­men die we al eerder bespraken: 

  • iso­colon (waar­bij soort­gelijke con­cepten in een rit­misch patroon terugkeren)
  • par­al­lelisme (waar­bij opeen­vol­gende zin­nen of zins­de­len qua vorm en inhoud op elka­ar lijken)

Wat vind jij?