TVDW: Parallellisme

De taal­term van deze week, par­al­lel­lisme, is niet wars van een beet­je effect­be­jag. Als iets goed werkt, zegt hij, doe het dan gewoon nog een keer. Want als je gelijk hebt, heb je gelijk; en dat mag je er best een beet­je inhameren.

Definitie

Par­al­lel­lisme is een sti­jl­figu­ur waar­bij twee of meer zin­nen of zins­de­len elka­ar opvol­gen die een vergelijk­bare vorm en inhoud hebben.

Je kunt een par­al­lelisme gebruiken om ideeën tegen elka­ar te con­trasteren, of juist om een serie ideeën elka­ar te lat­en ver­sterken.

Als retorisch instru­ment zijn par­al­lelis­men pop­u­lair bij spreek­wo­or­den, songtek­sten, religieuze tek­sten en poli­tieke speech­es.

Voorbeelden

  • Spreken is zil­ver, zwi­j­gen is goud.
  • Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.
  • Daar gaat ze, en zoveel schoonheid heb ik nooit ver­di­end. / Daar staat ze, en zoveel gratie heb ik nooit gezien. (Clouse­au)
  • Looft God in zijn heilig­dom. Looft hem in het uitspansel zijn­er sterk­te. Looft hem van­wege zijn mogend­he­den. (Psalm 150)
  • We gaan de belastin­gen voor iedereen ver­la­gen, de regels voor iedereen ver­sim­pe­len en de pen­sioe­nen voor iedereen bewak­en.

Etymologie

We hebben deze taal­term geleend uit het Frans (par­al­lélisme). De bron daar­van ligt weer in de antieke wereld, bij het Grieks:

  • par­al­lelis­mos (van para allelois, “naast elka­ar”)

Weetje

Als sti­jl­figu­ur is het par­al­lelisme ver­want aan het chi­asme en de antimetabool, maar dan zon­der de omk­er­ing.

Wat vind jij?