Taalterm van de week: Manuscript

De taal­term van deze week, man­u­script, heeft het niet zo op mas­s­apro­duc­tie. Nee, hij is meer van het ambachtelijke, het klein­schalige. Maar toch heeft hij ook grote ambities: soms doet hij een beschei­den voors­tel in de hoop dat dat zich snel gaat ver­menigvuldigen.

Definitie

Een man­u­script is een tekst, doc­u­ment of boek dat met de hand geschreven is (en dus niet is gedrukt).

Daar­naast ver­wi­jst man­u­script ook naar de ver­sie van een artikel of boek die je als schri­jver aan een uit­gev­er aan­biedt. 

Dit gebruik dateert uit de tijd dat je als auteur geen andere opties had dan een tekst met de hand op te schri­jven. Van­daag de dag kan een man­u­script ook best getypt zijn, een dig­i­taal bestand zijn of zelfs uit een print­er komen rollen, maar het is nog geen offi­cieel gedruk­te tekst – en daarom noem je het toch een man­u­script.

Je kunt ook de afko­rt­ing ms. tegenkomen (meer­voud: mss.).

Voorbeelden

  • Mid­deleeuwse man­u­scripten zijn vaak rijk ver­sierd.
  • Na de uitvin­d­ing van de boek­drukkun­st werd de rol van man­u­scripten veel min­der belan­grijk.
  • Wil je het man­u­script van mijn nieuwe roman eens door­lezen?

Etymologie

Het woord man­u­script betekent let­ter­lijk “met de hand geschreven” en komt uit het Lati­jn:

  • man­u­scrip­tum (van manus, “hand” + scribere, “schri­jven”)

Weetje

Het woord­deel -man- voor “hand” ken je ook al uit woor­den zoals:

  • man­i­cure (“zorg voor de hand”)
  • eman­ci­patie (“de han­den vrij mak­en”)
  • man­daat (“in han­den geven” van een ver­ant­wo­ordelijkheid)
  • manege (“aan de hand lei­den” van een paard)

Hand­ig 😉 om te weten! (Sor­ry, ik kon het niet lat­en…)

Wat vind jij?