Taalterm van de week: Isocolon

De taal­term van deze week, iso­colon, is niet graag alleen. Hij omringt zich liev­er met vrien­den die op hem lijken. Maar niet te veel! Hij wil niet in de spiegel kijken; dan wordt het saai. Nee, ze moeten nét even anders zijn dan hij zelf, en dan kan het feest beginnen.

Definitie

Een iso­colon is een stil­figu­ur waar­bij je in een rit­misch, her­hal­end patroon ver­wante ideeën achter elka­ar plaatst én waar­bij elk ele­ment in deze serie het­zelfde aan­tal woor­den of let­ter­grepen bevat. 

In een ruimere defin­i­tie mag het aan­tal woor­den of let­ter­grepen in een iso­colon wel iets afwijken, zolang dezelfde gram­mat­i­cale struc­tu­ur (zoals “A van de B”) maar behouden blijft.

De term iso­colon is een verza­mel­naam. Afhanke­lijk van het aan­tal par­al­lelle woor­den of let­ter­grepen noem je deze sti­jlvorm een bicolon (2 ele­menten), tri­colon (3 ele­menten) of tetra­colon (4 elementen).

Goed om te weten
Iso­colons zijn nauw ver­want aan een andere sti­jl­figu­ur waar we al eerder naar hebben gekeken: par­al­lel­lisme. Het ver­schil is dat bij par­al­lel­lisme de ele­menten in de opsom­ming niet het­zelfde lengte hoeven te hebben. Een iso­colon is dus een spec­i­fiek en bij­zon­der geval van parallellisme.

Voorbeelden

  • Steeds ver­rassend, alti­jd voordelig. 
    [bicolon van Kruidvat]
  • Ik kwam, ik zag, ik over­won. 
    [tri­colon van Julius Cae­sar: veni, vidi, vici]
  • Gov­ern­ment of the peo­ple, by the peo­ple, for the peo­ple. 
    [tri­colon van Abra­ham Lin­coln in zijn “Get­tys­burg Address”]
  • I’ll give my jew­els for a set of beads, /My gor­geous palace for a her­mitage, /My gay appar­el for an almsman’s gown, /My fig­ured gob­lets for a dish of wood.
    [tetra­colon uit Shake­spear­es toneel­stuk Richard II]

Etymologie

Deze sti­jl­figu­ur was al in het antieke Grieken­land bekend:

  • iso- (van isos: gelijk) + kolon (lid, zin)

Weetje

Zoals je al hebt gezien is de gang­bare indel­ing voor iso­colons een één-twee-dri­et­je: bicolon, tri­colon en tetra­colon. Dat is niet zon­der reden: een iso­colon van meer dan vier ele­menten zul je niet snel tegenkomen. 

Sterk­er nog, het is de tri­colon die geldt als het retorische sum­mum. Het naast elka­ar plaat­sen van twee ver­wante begrip­pen is zo gebruike­lijk dat je het bij­na onge­merkt doet – en daarom valt het ook min­der op. Drie ele­menten herken je direct als stil­figu­ur: de sprek­er of schri­jver doet dit expres om een bepaald effect te kri­j­gen. Bij vier is het nog steeds effec­tief maar wordt het al een beet­je pedant, en hoger dan dat wil je dus niet gaan.

Maar in the­o­rie kún je natu­urlijk ook lan­gere series mak­en, en dan mag er ook de rel­e­vante taal­tech­nis­che naam bij verzin­nen: pen­ta­colon (5 ele­menten), hexa­colon (6), hep­ta­colon (7), octa­colon (8) etc. Maar of je daarmee mensen ook over­tu­igt, dat is een andere vraag.

Toch kan een lan­gere serie wel degelijk effec­tief zijn, zek­er als het een opsom­ming is. Kijk maar naar dit citaat van de Britse pre­mier Win­ston Churchill. 

Come then: let us to the task, to the bat­tle, to the toil – each to our part, each to our sta­tion. Fill the armies, rule the air, pour out the muni­tions, stran­gle the U‑boats, sweep the mines, plow the land, build the ships, guard the streets, suc­cour the wound­ed, uplift the down­cast and hon­or the brave.

Zie je hoe hij aan het begin een tri­colon gebruikt, dan een bicolon, en daar­na een serie met maar lief­st elf ele­menten? Die laat­ste is dan een… unde­ca­colon!

Wat vind jij?