Taalterm van de week: comma splice

De taal­term van deze week, com­ma splice, doet graag din­gen in zijn een­t­je. Ook als hij eigen­lijk hulp nodig heeft, zegt hij liev­er: “Weet je wat, laat mij maar. Ik klaar de klus wel in mijn uppie.” Soms komt hij daar wel mee weg, maar meestal heeft hij achter­af toch spi­jt.

Definitie

Een com­ma splice is het gebruik van een kom­ma om twee volledi­ge zin­nen aan elka­ar te kop­pe­len zon­der voeg­wo­ord, in plaats van een punt of een pun­tkom­ma.

In het Ned­er­landse taal­ge­bied is de com­ma splice onder­be­licht, van­daar een Engelse taal­term op deze plaats.

Formeel geldt een com­ma splice als incor­recte of, op zijn best, slordi­ge inter­punc­tie. Het Engels is hierin wat strenger dan het Ned­er­lands.

Ter verduidelijking

Lat­en we begin­nen met twee hele zin­nen:

  • We moeten snel vertrekken.
  • De kinderen zijn nog niet aangek­leed.

Je kunt die twee zin­nen aan elka­ar kop­pe­len met een voeg­wo­ord, zoals hieron­der.

  • We moeten snel vertrekken en de kinderen zijn nog niet aangek­leed.
  • We moeten snel vertrekken, maar de kinderen zijn nog niet aangek­leed.

In deze voor­beelden zie je hoe de twee deelzin­nen gelinkt zijn door een verbindend woord (en en maar) en in het tweede geval ook door een kom­ma. Een com­ma splice laat die voeg­wo­or­den ver­vallen en plakt de bei­de zin­nen aan elka­ar met alleen een kom­ma:

  • We moeten snel vertrekken, de kinderen zijn nog niet aangek­leed.

Je ziet dat dit eigen­lijk twee zin­nen zijn die net doen alsof ze één zin vor­men. Afhanke­lijk van de inhoud en de con­text kan dat meer of min­der storend zijn.

Voorbeelden

Hier zijn nog een paar zin­nen met een com­ma splice:

  • Onze ver­bouwing is ein­delijk klaar, vol­gende week gaan we ver­huizen.
  • Deze veg­an taart is echt lekker, je mist de bot­er hele­maal niet.
  • De min­is­ter-pres­i­dent is op vakantie, de vicepremier zit de ver­gader­ing voor.

Miss­chien denk je: met die zin­nen is hele­maal niks mis. Toch is het net­ter, zek­er in formele of zake­lijke com­mu­ni­catie, om com­ma splices te ver­mi­j­den. Voor de zin­nen hieron­der kun je bijvoor­beeld kiezen voor:

  • Onze ver­bouwing is ein­delijk klaar. Vol­gende week gaan we ver­huizen.
  • Deze veg­an taart is echt lekker, want je mist de bot­er hele­maal niet.
  • De min­is­ter-pres­i­dent is op vakantie; de vicepremier zit de ver­gader­ing voor.

Maar je kunt ook zin­nen tegenkomen waar de com­ma splice meer een stoorzen­der is:

  • Fase 1 van het project is afgerond, ik ben ondanks de ver­trag­ing zeer tevre­den over de resul­tat­en.
  • We moeten de vakantie uit­stellen, omdat mijn vad­er ziek is bli­jven we liev­er thuis.
  • Ondanks het slechte weer zijn we toch gaan wan­de­len, onze kleren waren daar­na wel klet­snat.

Etymologie

Een splice is een las (een kop­pel­ing of verbind­ing). Een Ned­er­landse ver­tal­ing van com­ma splice zou dus kun­nen zijn: voegkom­ma of kom­maverbind­ing.

Weetje

Je hebt hier­boven gezien dat je een com­ma splice kunt oplossen met een punt, een pun­tkom­ma of een voeg­wo­ord (eventueel met kom­ma).

  • Kies voor een punt (en dus voor twee geschei­den zin­nen) als de stellin­gen in bei­de zin­nen inhoudelijk los van elka­ar staan.
  • Een pun­tkom­ma is een goede keuze als de twee zin­nen gram­mat­i­caal onafhanke­lijk zijn, maar wel samen één grotere med­edel­ing doen. (Som­mige mensen vin­den de pun­tkom­ma een “moeil­ijk” leesteken en aarze­len om hem te gebruiken; laat je schroom achter je en lees deze TVDW en dit artikel.)
  • Met een voeg­wo­ord zit je bij­na alti­jd goed. Een bijkomend voordeel is dat zo’n kop­pel­wo­ord (en, maar, want, dus, ter­wi­jl, omdat etc.) de relatie tussen de bei­de stellin­gen ver­duidelijkt.

Wat vind jij?