TVDW: Antimetabool

De taal­term van deze week, antimetabool, houdt wel van een beet­je flair. Waarom gewoon lopen als je ook kunt dansen? Waarom prat­en als je ook kunt zin­gen? Een beet­je ijdel is hij wel: hij kijkt graag in de spiegel en wil (als het even kan) ver­rassend uit de hoek komen en zo een goede indruk mak­en.

Definitie

Een antimetabool is een sti­jl­figu­ur waar­bij je een frase of bepaalde woor­den in omge­keerde vol­go­rde her­haalt.

De ver­sim­pelde vorm van een antimetabool is dus: “A B C … C B A”.

In the­o­rie kun je zoveel woor­den als je wilt gespiegeld her­halen, maar het wordt wel moeil­ijk­er naar­mate je meer woor­den in de mix gooit. De meeste antimetabolen spe­len dan ook met slechts twee ter­men, vaak met verbindende woor­den ertussen. Schema­tisch: “A xyz B … B xyz A”.

Voorbeelden

  • Eén voor allen en allen voor één. (De Drie Mus­ketiers)
  • De gour­mand eet niet om te lev­en, hij leeft om te eten!
  • Wie zijn dromen ziet als een plan, maakt van zijn plan­nen een droom.
  • When the going gets tough, the tough get going. (lied)
  • Ask not what your coun­try can do for you; ask what you can do for your coun­try. (John F. Kennedy)

Etymologie

De bron van deze taal­term is het Griekse woord antimetabole:

  • anti- (tegen, tegengesteld) + metabole (omk­er­ing)

Weetje

Je kunt de antimetabool zien als een bij­zon­dere vorm van het chi­asme. Daar­bij heb je ook een retorische omk­er­ing, maar die hoeft niet uit dezelfde woor­den te bestaan. Zolang de beteke­nis ver­want is of over­lapt, heb je al een chi­asme.

De clou van een antimetabool is dat je dezelfde woor­den spiegelt en her­haalt. Zoals je in de voor­beelden hier­boven al zag, kun je daar­bij wel de vorm iets aan­passen, bijvoor­beeld door een werk­wo­ord te ver­voe­gen of een woord in een ander getal (meervoud/enkelvoud) te zetten.

Wat vind jij?