TVDW: Antigram

De taal­term van deze week, anti­gram, is het niet met zichzelf eens. Maar dat is een beet­je vreemd, want hij lijkt wél heel erg op zichzelf. Soms kijkt hij in de spiegel en denkt: Wacht even, ben ik dat wel? Maar ja, hij is het wel. En hij spreekt zichzelf toch tegen.

Definitie

Een anti­gram is een ana­gram met de tegen­overgestelde beteke­nis van het orig­i­neel.

Zui­v­ere anti­gram­men zijn extreem zeldza­am, als ze al bestaan. In ruimere zin is een anti­gram dan ook een ana­gram waar­van de beteke­nis ver­wi­jst naar iets wat je juist niet asso­cieert met het orig­i­neel.

Voorbeelden

In het Engels is er een meer robu­uste (maar nog prille) tra­di­tie van het verzin­nen van anti­gram­men. Daarom zijn deze voor­beelden ook in die taal:

  • vio­lence – nice love
  • funer­al – real fun
  • cus­tomers – store scum
  • forty-five – over fifty
  • astronomers – no more stars

Online kon ik (hier) één voor­beeld vin­den van een Ned­er­lands anti­gram:

  • grondzeil – zolder­ing

Kan jij meer Ned­er­landse anti­gram­men vin­den of verzin­nen? Stu­ur ze in en dan zet ik ze erbij!

Etymologie

Dit vrij nieuwe taal­wo­ord is een samen­trekking van een pre­fix en een andere taal­term.

  • anti- (tegen, tegengesteld) + ana­gram (woord dat bestaat uit dezelfde let­ters als een ander woord)

Weetje

Het woord anti­gram is waarschi­jn­lijk in 1991 ver­zon­nen door Mar­ty Smith. Hij pub­liceerde in dat jaar het artikel “What’s in a Name”, waarin hij de term lanceert.

Als uitsmi­jter nog één voor­beeld, uit dit artikel van Smith:

  • evan­ge­list — evil’s agent

Fraai gevon­den een prachtig para­dox­aal!

Wat vind jij?