Taalterm van de week: Allegorie

De taal­term van deze week, alle­gorie, moet je niet al te let­ter­lijk nemen. Hij heeft meestal goede bedoelin­gen, maar daar­voor moet je wel even door­denken. Eén ding is zek­er: bij een alle­gorie schuilt er alti­jd meer achter dan je in eerste instantie denkt.

Definitie

Een alle­gorie is een ver­haal of een onderdeel van een ver­haal dat als beeld­spraak gebruikt wordt om iets anders over te brengen.

Een alle­gorie is dus metaforisch en kan ver­wi­jzen een bepaald aspect van de werke­lijkheid, maar ook naar een idee of een abstract begrip. Alle­gorieën zijn vaak moralis­erend van aard: ze proberen je een wijze les te leren.

Voorbeelden

  • Vrouwe Justi­tia met haar weegschaal is een alle­gorie voor de recht­vaardigheid en een even­wichtige rechtspraak.
  • George Orwells boek ‘Ani­mal Farm’, waarin dieren een boerder­ij overne­men en de varkens een dic­tatu­ur ves­ti­gen, is een alle­gorie voor het gevaar van totalitarisme.
  • In de mythe van Oedi­pus is de splits­ing in de weg, waar hij zon­der het te weten zijn eigen vad­er ver­mo­ordt, een alle­gorie voor het mak­en van een (fatale) keuze.

Etymologie

Dit woord heeft een prachtige herkomst, van het Griekse alle­go­ria, dat “figu­urlijk taal­ge­bruik” betekent:

  • allos (anders, ver­schil­lend) + agoreuein (open­lijk of in het open­baar spreken)
  • agoreuein komt op zijn beurt weer van ago­ra (mark­t­plaats of plaats van samenkomst, van ageirein [bijeen­bren­gen])

In een alle-gorie spreek je dus (open­lijk) op een andere manier over iets.

Weetje

Er zijn naast alle­gorieën nog meer manieren waarop je via een ver­hal­ende vorm van beeld­spraak een bood­schap over­brengt. Denk aan fabels, para­bels, sprook­jes en mythen.

Wat vind jij?