TVDW: Alfabet

De taal­term van deze week, alfa­bet, heeft zijn zaak­jes graag goed op orde. Hij wordt er een beet­je nerveus van als din­gen zomaar lukraak door elka­ar liggen. Er moet een sys­teem zijn, vin­dt hij, en aan dat sys­teem moet je je houden. Dat geldt voor hoe je thuis de was opvouwt en stapelt, maar zek­er ook voor de taal!

Definitie

Een alfa­bet is de verza­mel­ing let­tertekens in een spellingsys­teem, in een vaste vol­go­rde.

Die vol­go­rde staat niet voor niets in de defin­i­tie. Hij is dan ook wel degelijk van belang, want een alfa­bet is ook een mid­del om infor­matie te orde­nen. Zo kun je de boeken “op alfa­bet” in een boekenkast zetten: in alfa­betis­che vol­go­rde (meestal van de naam van de auteur). En stel je eens voor dat een woor­den­boek niet alfa­betisch geor­dend was. Je zou dan nooit snel het woord kun­nen vin­den dat je zocht!

Het basisidee achter een alfa­bet is dat elke let­ter (of let­ter­com­bi­natie) sym­bool staat voor een klank of foneem.

Noot: De eerste drie let­ters van het alfa­bet wor­den, als ini­ti­aal­wo­ord, ook wel gebruikt als syn­on­iem voor “alfa­bet”: abc. Omdat kinderen al jong het alfa­bet leren, betekent abc daar­naast ook “basisken­nis” of “eerste begin­se­len”.

Voorbeelden

  • Het Ned­er­landse alfa­bet kent 26 let­ters.
  • In deze boekhan­del staan de romans niet alfa­betisch, maar chro­nol­o­gisch.
  • Jasper kent niet eens het abc van de Europese geschiede­nis.

Etymologie

Dit woord voert via het Lati­jnse alpha­be­tum terug op het Grieks:

  • alpha­betos (van alpha + beta: de eerste twee let­ters van het Griekse alfa­bet)

Weetje

Hoewel de naam van ons alfa­bet uit het Grieks komt, is de herkomst van het alfa­bet zélf nog oud­er. Het Griekse alfa­bet is namelijk ontstaan uit het Feni­cis­che alfa­bet, dat óók gezien wordt als de voor­vad­er van de Ara­bis­che, Cyril­lis­che, Hebreeuwse en Lati­jnse alfa­bet­ten.

Wat vind jij?