Taalterm van de week: Afkorting

De taal­term van deze week, afko­rt­ing, is een beet­je ongeduldig. Waarom zou je ergens veel tijd en moeite aan best­e­den als het ook snel en effi­ciënt kan? Hij weet steev­ast de kort­ste weg te vin­den en besteedt liev­er geen cent te veel. Maar dat doet hij alti­jd om anderen te helpen: hij gaat ervan uit dat ze hun tijd liev­er ergens anders aan willen best­e­den.

Definitie

Een afko­rt­ing is een manier om een langer woord of een serie woor­den in verko­rte vorm op te schri­jven.

Er is een grote vari­atie in het gebruik van hoofdlet­ters en kleine let­ters in afko­rtin­gen. Het­zelfde geldt voor het al dan niet gebruiken van pun­ten na en/of in de afko­rt­ing. Voor uiteen­lopende afko­rtin­gen kun­nen een of meer notaties inge­burg­erd zijn.

Voorbeelden

Er zijn ver­schil­lende manieren om een ingeko­rte schri­jfwi­jze te mak­en, en die vallen alle­maal onder het para­plube­grip “afko­rt­ing”. We zetten er een paar op een rij.

Zuiver schriftelijke afkortingen

Deze afko­rtin­gen spreek je niet uit zoals ze eruitzien. In plaats daar­van zeg je gewoon de woor­den waar de afko­rt­ing voor staat.

  • Wat is uw visie m.b.t. deze prob­lematiek?
  • Mor­gen zal dr. Blokker con­tact met je opne­men.
  • Kijk op blz. 134 voor meer uit­leg.

Als je deze zin­nen hardop opleest, zeg je gewoon “met betrekking tot”, “dok­ter” en “bladz­i­jde”. En niet “embee­tee”, “drr” or “bluz”.

Er is niet echt een vak­term voor deze soort afko­rtin­gen; ze wor­den ook wel eens “‘echte’ afko­rtin­gen” of “afko­rtin­gen in engere zin” genoemd.

Initiaalwoorden

Een ini­ti­aal­wo­ord is opge­bouwd uit de begin­let­ters van de woor­den in de afgeko­rte tekst, en die wor­den ook als losse let­ters uit­ge­spro­ken.

  • ‘Hel­lo good­bye’ is een pro­gram­ma van KRO-NCRV.
  • Dit schan­daal brengt het col­lege van B en W in grote ver­legen­heid.
  • Mijn wc is weer ver­stopt.

Je kunt ook een ini­ti­aal­wo­ord mak­en en daar­bij de begin­let­ters van een woorddeel in een samengesteld woord meen­e­men:

  • KLM staat voor Konin­klijke Lucht­vaartmaatschap­pij.

Letterwoorden

Een let­ter­wo­ord is ook opge­bouwd uit de begin­let­ters van de afgeko­rte woor­den, maar je spreekt het uit alsof het zelf een woord was (en dat is het ook!).

  • Onze zoon zit op de havo.
    [hoger alge­meen vormend onder­wi­js]
  • We zijn overgestapt op ledlam­p­en.
    [light-emit­ting diode]
  • Wist je al dat Dirk een soa heeft opgelopen?
    [seksueel over­draag­bare aandoen­ing]

Som­mige let­ter­wo­or­den zijn zo gang­baar gewor­den dat niet iedereen meer weet waar de let­ters eigen­lijk voor staan. Ken jij de bestand­de­len van GIF (of gif) – je weet wel, die grap­pige her­hal­ende mini-film­p­jes waar je op inter­net mee doo­dge­gooid wordt? (hint)

Acroniemen

Dit is een overkoe­pe­lende term waaron­der zow­el ini­ti­aal­wo­or­den als let­ter­wo­or­den vallen: alle afko­rtin­gen die gevor­md zijn met de begin­let­ters van de wegge­lat­en woor­den. In een wat bredere defin­i­tie kun je ook let­ter­greep­wo­or­den (zie hieron­der) erbij reke­nen.

Soms hanteert men juist een nauwere defin­i­tie waar­bij alléén let­ter­wo­or­den als “echte” acroniemen tellen. Maar hier bij Taalei­doscoop sluiten we ini­ti­aal­wo­or­den en let­ter­greep­wo­or­den niet buiten.

Lettergreepwoorden

Een let­ter­greep­wo­ord is net als een ini­ti­aal­wo­ord of let­ter­wo­ord opge­bouwd uit de open­ingslet­ters van de woor­den waar hij voor staat, maar hij neemt de eerste twee (of meer) let­ters van elk woord mee in plaats van alleen de allereer­ste let­ter. Vaak zit daar een klink­er bij, zodat elk van de samen­stel­lende woor­den een let­ter­greep bij­draagt aan het let­ter­greep­wo­ord – van­daar de naam.

  • Pim werkt in de hore­ca
    [hotel, restau­rant, café]
  • Zullen we bij de FEBO wat patat gaan halen?
    [ver­noemd naar de Ferdi­nand Bolstraat]
  • De Benelux is een pop­u­lair vakantiege­bied.
    [België, Neder­land, Luxem­burg]

Ook hier geldt, net als bij het ini­ti­aal­wo­ord, dat je bij het mak­en van een let­ter­greep­wo­ord gebruik kunt mak­en van ingrediën­ten uit een woorddeel, ook als het niet aan het begin van het geschreven woord staat:

  • Covid staat voor coronavirus disease.

Verkortingen

Bij een verko­rt­ing gebruik je geen indi­vidu­ele let­ters uit de samen­stel­lende woor­den als plaatsver­vanger, maar laat je een deel van de let­ters uit een woord – meestal is het ook één woord – weg.

  • Zullen we vanavond naar de bios gaan?
  • De heli van de Amerikaanse pres­i­dent wordt soms ‘Marine One’ genoemd.
  • Ik denk dat de accu van mijn auto leeg is.

Zoals je ziet zijn hier geen begin­let­ters gere­cy­cled, maar is gewoon het tweede deel van het woord bios[coop]heli[kopter] en accu[mulator] wegge­lat­en.

Je kunt ook een verko­rt­ing mak­en door andere delen van het woord te schrap­pen, zoals de mid­del­ste let­ters. Denk aan de titels dr. voor d[okte]r en ir. voor i[ngenieu]r.

Soms kri­jgt de spelling van de verko­rt­ing een iets aangepaste spelling of een extra klank erbij. Denk aan buuf voor “buurvrouw” en com­bo voor “com­bi­natie”.

Symbolen

Ook sym­bol­en gelden als afko­rtin­gen. Ze zijn vaak afkom­stig uit een tech­nis­che, economis­che, juridis­che of weten­schap­pelijke con­text.

  •  voor cel­sius.
  • © voor auteursrecht.
  • $ voor dol­lar.

Etymologie

Deze taal­term zegt pre­cies waar hij op staat. Een af-kort­ing is kor­ter dan het woord of de woor­den waar hij voor staat.

  • af (bij­wo­ord van ver­wi­jder­ing) + kort + -ing (achter­voegsel om een zelf­s­tandig naam­wo­ord te vor­men)

Weetje

Gram­mat­i­caal geldt een afko­rt­ing als een woord. Daarom kun je er bijvoor­beeld verklein­wo­or­den mee mak­en (pc’tje,accu­ut­je), maar ook aflei­din­gen (mavoërdvd’s), werk­wo­or­den (sms’enappen), etc.

Wat vind jij?