Gedichtjes

Vorige week kwam ineens de kers­verse “pres­i­dent” van Europa, Her­man Van Rompuy, op een onverwachte manier in het nieuws. Het had niets te mak­en met poli­tiek,  staats­man­schap of inter­na­tionale ver­dra­gen. Neen, het bleek dat de heer Van Rompuy er een hob­by op na houdt. Hij schri­jft haiku’s.

Herman Van Rompuy, dichter
Her­man Van Rompuy, dichter

Dat doet hij daaren­boven met zoveel ent­hou­si­asme dat hij op 15 april een boek­je uit­gaf met een bloem­lez­ing uit zijn oeu­vre. Het kwam zelfs boven­dri­jven dat hij in de Engel­stal­ige pers inmid­dels de bij­naam Haiku Her­man heeft. Toe maar. Nou kun je van Van Rompuy vin­den wat je wilt, maar ik denk dat bij pre­mier Balke­nende het paniekzweet prompt van het gere­formeerde voorhoofd drup­pelt bij het idee dat hij een gedicht zou moeten schri­jven.

En daarmee kom ik uit op de onver­mi­jdelijke vraag – wat was een haiku ook alweer? Menigeen zal nog uit zijn geheugen iets weten op te rake­len als: een haiku is een kort gedicht­je van drie regels. Een ander voegt daar miss­chien aan toe: en een haiku heeft alti­jd een bepaald aan­tal let­ter­grepen. Zeven­tien of zo.

Nou, dat klopt best aardig, maar ook weer niet hele­maal. Hoe zit het?

Lees verder Gedicht­jes

Maanlicht

In de nacht van 3 op 4 april reed ik terug naar huis. Ik was net bij een optre­den geweest van de band Fly­er in het onvol­prezen Fort van de metropool die De Kwakel heet. Dat klinkt miss­chien heel pit­toresk, maar het swingde de pan uit. (Swingde? Waarom denk ik steeds aan het niet-bestaande woord “swong”…?)

De maan, zoals gezien vanaf het noordelijk halfrond
De maan, zoals gezien vanaf het noordelijk hal­frond

Hoe dan ook, het was net na mid­der­nacht en op Radio 4 begon het pro­gram­ma Maan­licht. Dat biedt de luis­ter­aars “mooie muziek om bij wakker te bli­jven of om bij in slaap te vallen”, beweert de web­site. Nou, wakker was ik wel, want ik had Flyer’s cov­er van “Play That Funky Music” nog vers in het geheugen zit­ten.

De uitzend­ing begon – het was om mid­der­nacht Eerste Paas­dag gewor­den – met een Paaslied van Edvard Grieg. Daar­na mijmerde de pre­sen­ta­tor: “En… wat hebben we verder nog in deze Maan­licht?”

Lees verder Maan­licht

Gebarengebrabbel

Een van de onder­schei­dende ken­merken van het menselijk bedri­jf is een ver­lan­gen om de wereld te door­gron­den. Ten­min­ste, ik heb nog geen aan­wi­jzin­gen dat dolfi­j­nen en chim­pansees ook maar iets hebben onder­nomen om een verk­lar­ing te zoeken voor waarom er een zwart gat zit in het cen­trum van elk groot melk­weg­s­telsel. Dat soort vra­gen, daar mogen we toch wel van uit­gaan, stelt alleen de mens zich.

Zo denk ik ook niet dat een leguaan of een rood­borstje er ooit op zal komen om een boek te schri­jven als The Com­plete Idiot’s Guide to the Sci­ence of Every­thing. Toen ik over dit boek hoorde, moest ik hem meteen even online opzoeken – wat een fan­tastis­che titel!

Kekke titel!
Kekke titel!

Je kunt je mijn bli­je ver­baz­ing voorstellen toen ik ont­dek­te dat er een hele serie van zulke boeken is, The Com­plete Idiot’s Guide to alles van Com­put­er Basics tot Organ­ic Liv­ing. (Ik weet niet of deze serie het con­cept heeft gepikt van de bek­ende For Dum­mies-boeken of ander­som, maar het is ongeveer het­zelfde idee.)

Lees verder Gebarenge­brabbel

Snelle hap

Als je ver­huist maak je heel wat mee. Je kri­jgt een bosje sleu­tels van je nieuwe stek, je bedi­ent muren en pla­fonds van een lik verf, je ver­stopt je hele hebben en houden in kar­ton­nen dozen. Maar je kunt ook zomaar ineens een taalkro­nkel tegen het lijf lopen.

Ik vond die van mij niet onder de oude vlo­erbe­dekking of achter de boekenkast, maar dankz­ij de lamssou­vla­ki. Enige uit­leg is op zijn plaats...

Het ver­haal gaat als vol­gt. Na een dag lang muren wit­ten zat ik met twee vriendinnen/klusmaatjes lekker te eten en uit te rusten. Het eten kwam van de goed geïn­te­greerde Griek in het winkel­cen­trum, was erg lekker, en zat ver­pakt in van die fijne schuim­plas­tic dozen met deel­vak­jes en klapdek­sel. En die dek­selse dek­sel, daar zat de taalkro­nkel.

Lees verder Snelle hap

Pareltje

Je kent vast wel dat spel waar­bij iemand heel snel drie bek­ers (op hun kop) over een tafel beweegt, en jij moet raden onder welke bek­er het bal­let­je ligt. Meestal zit er onder de ver­keerde bek­ers dan gewoon niks. Maar soms, soms vind je daar onverwacht geen bal­let­je, maar een par­elt­je. Ik leg uit.

In Zwe­den ligt een stad van zo'n 100.000 inwon­ers met de naam Linköping. Vraag me niet waar of wan­neer, maar ooit heb ik geleerd dat je de k in die naam als een "sj" uit­spreekt. Het is dus niet lin-keu-ping, maar lin-sjeu-ping. Het zijn van die weet­jes die je meestal nooit meer nodig hebt. Maar hoe anders was dat in dit geval, en dat komt door de film Enchant­ed April.

Lees verder Par­elt­je

Herfstrijm

In deze herf­stda­gen, met Sin­terk­laas in aan­tocht, dwar­re­len onze gedacht­en – als bladeren van een boom – al snel in de richt­ing van rijm. Want in menig gezin of vrien­denkring is de tijd weer aange­bro­ken om loot­jes te verde­len, cadeaus uit te kiezen, sur­pris­es in elka­ar te knut­se­len en verzen te dicht­en.

Pakjesavond
Pak­je­savond

Maar herf­st is geen woord dat je snel aan het eind van een dichtregel zult plaat­sen, want… er rijmt niets op. Je kunt met enig kun­st- en vlieg­w­erk wel wat verzin­nen, maar dat zijn geen fijne, bruik­bare woor­den. (En, alsof de duv­el ermee speelt, in het Engels is er ook al geen rijm­wo­ord voor autumn. Wat is dat toch met dat najaar?) Nog zo’n woord is twaalf, dat ook al rijm­loos door het lev­en gaat. En elke twaalf maan­den is het herf­st, dus dit zijn onger­i­jmd­he­den die nooit voor­bi­j­gaan; zo is de cyclus van het lev­en.

Lees verder Herf­stri­jm