Taalterm van de week: Antimetabool

De taal­term van deze week, antimetabool, houdt wel van een beet­je flair. Waarom gewoon lopen als je ook kunt dansen? Waarom prat­en als je ook kunt zin­gen? Een beet­je ijdel is hij wel: hij kijkt graag in de spiegel en wil (als het even kan) ver­rassend uit de hoek komen en zo een goede indruk mak­en.

Verder lezen Taal­term van de week: Antimetabool

Taalterm van de week: Paraleipsis

De taal­term van deze week, para­leip­sis, is niet echt recht voor zijn raap. Tegelijk wil hij zich ook niet ver­liezen in sub­tiliteit­en, want de bood­schap moet wel overkomen. Daarom zegt hij het lief­st wat hij niet wil zeggen, om duidelijke te mak­en wat hij wel wil zeggen. Dat klinkt miss­chien wat omslachtig en tegen­stri­jdig, maar zo is de para­leip­sis nu een­maal.

Verder lezen Taal­term van de week: Para­leip­sis

Taalterm van de week: Anastrofe

De taal­term van deze week, anas­trofe, draait zich ’s ocht­ends vroeg lief­st nog een keert­je om. Sterk­er nog, dat doet hij ook rond lunchti­jd en in de mid­dag én ’s avonds. Eigen­lijk is zich omdraaien zo’n beet­je zijn favori­ete hob­by.

Verder lezen Taal­term van de week: Anas­trofe

Taalterm van de week: Illeïsme

De taal­term van deze week, illeïsme, heeft het niet zo op ikke, ikke, ikke. Dat is hem te kras, te direct. Niet dat hij geen hoge pet van zichzelf op heeft (juist wel, eigen­lijk) – maar hij drukt zich liev­er een tikkie omzichtig uit. Dat is wel zo chic, vin­dt hij.

Verder lezen Taal­term van de week: Illeïsme

Taalterm van de week: Understatement

De taal­term van deze week, under­state­ment, heeft het niet zo op mensen die graag over­dri­jven. Sterk­er nog, hij is ook geen vriend­jes met mensen die de zak­en gewoon nuchter voorstellen zoals ze zijn. Nee, zijn devies is eerder: less is more – maar dan wel met een kwinkslag, als het even kan.

Verder lezen Taal­term van de week: Under­state­ment