Appels en peren

Het Ned­er­lands heeft – meer dan bijvoor­beeld het Engels – de ambitie om een soort water­dicht, ges­loten sys­teem te zijn. Een taal­bol­w­erk waarin alles in con­se­quente regels is gevat en waarin, daar waar er toch uit­zon­derin­gen zijn, er ook weer regels voor die uit­zon­derin­gen zijn, en daar waar er daarop weer uit­zon­derin­gen zijn… Nou ja, je snapt het wel.

Dat lei­dt, met name waar het de spelling betre­ft, soms tot de meest won­der­lijke con­struc­ties. (Ik ver­mi­jd hier maar even het woord gedrocht…) En het lei­dt ook tot voort­durende vra­gen over hoe je een bepaald woord nou wel of niet hoort te schri­jven. Een van de hard­nekkig­ste (of op zijn minst: heetst bevocht­en) spelling­sonzek­er­he­den is die rond het woord­je dat de A in CDA brengt: appel. Of appèl, ja, daar draait het nou net om. Wat is goed?

Met of zonder accent?
Met of zon­der accent?

Lees verder Appels en peren

Reservebank

Oh jee oh jee, mor­gen is het weer eens zover: het Groot Dictee der Ned­er­landse Taal wordt gehouden. Ik vind het vrij won­der­lijk, maar veel mensen gaan er klakkeloos van uit dat, één, ik alti­jd mee­doe met het Dictee, en twee, ik dat leuk vind. Omdat ik van taal hou en zo. Wel­nu, het tegen­overgestelde is het geval: ik hou van taal en dus doe ik niet mee met het Dictee.

Het Groot Dictee
Het Groot Dictee

Natu­urlijk, ik zie de ver­maak­waarde er heus wel van in. Natu­urlijk, het is leuk als een schoolkind van 14 min­der fouten maakt dan de staatssec­re­taris van Belan­grijke Zak­en. Natu­urlijk, er zit een masochis­tisch soort genot in het voe­len van die kro­nkel in je hersens wan­neer je denkt: wat is dat nou weer voor bizar woord?

Lees verder Reserve­bank