Verbrijzelen

Wat ik ermee doe is nage­noeg niets, maar ik heb hem wel: mijn inschri­jv­ing bij Face­book. Voor wie het niet weet: facebook.com is een soort Hyves voor gevorder­den, van Amerikaanse orig­ine maar heel inter­na­tion­aal georiën­teerd. Een social net­work­ing web­site dus. (Hoe heet dat in het Ned­er­lands? Een “sociale netwerk­site”, zegt de Ned­er­landse Wikipedia. Maar vol­gens de spellingsregels – denk aan eerste­graadsver­brand­ing – moet dat eigen­lijk één woord zijn. “Socialenetwerk­site” dus. Hmm.)

Hoe dan ook, ik zit op Face­book en doe er niets mee. Behalve, zo nu en dan, snuffe­len naar een long-lost friend in het buiten­land. Zo vond ik er onlangs een Chileense vriendin, die, zo weet ik nu, op dit moment woont in de Domini­caanse Repub­liek (mijn geboorte­land!) en zwanger is van haar langeaf­s­tandsvriend en vol­gend jaar naar Brook­lyn gaat ver­huizen. Da’s pas bijpraten!

Maar het gaat mij hier niet om die vriendin. Het gaat juist om mijn vriendin. Die bestaat namelijk niet, maar daar schi­jnt Face­book anders over te denken.

Dit is niet mijn vriendin
Dit is niet mijn vriendin

Verder lezen Ver­bri­jze­len

Met een boog om de pijl heen

Taal is een won­der­lijk ding. Gespro­ken taal is in wezen niets anders dan een in kleine priegelk­lankjes gecod­i­ficeerde weer­gave van het lev­en, van de wereld om ons heen. En geschreven taal, dat ver­geten we nog wel eens, is op zijn beurt niets anders dan een in kleine priegelvorm­p­jes gecod­i­ficeerde weer­gave van gespro­ken taal.

De eerste roman?
De eerste roman?

Die eerste cod­i­fi­catie – van ervar­ing naar woor­den – kan alleen werken bij de gratie van rel­e­vantie. Bijvoor­beeld: in de veer­tiende eeuw bestond in geen enkele Europese taal een woord voor tabak, sim­pel­weg omdat de tabak­s­plant nog onont­dekt (door Euro­pea­nen) groei­de op een heel ander con­ti­nent. Het heeft geen zin om een woord te hebben voor choco­la als er geen choco­la is in je belev­ing van de wereld (de cacao­boon, immers, groei­de ook al op dat andere onbereis­de werelddeel).

De rel­e­vantie van de tweede cod­i­fi­catie – van gespro­ken woord naar schrift – werkt anders, die kri­jg je min of meer cadeau: je gaat per slot van reken­ing pas een schri­jfwi­jze voor een woord verzin­nen als dat woord al bestaat.

Verder lezen Met een boog om de pijl heen

Klerekleren

Stel je voor: je bent in Mia­mi, zoals ik twee weken gele­den. Je staat in een chique depart­ment store te ape­gapen naar alle modieuze kledij die daar te koop is. En dan, bij de dameskled­ing, moet je ineens aan wc-papi­er denken…

Het menselijk brein is een won­der­lijk ding. Want ik moest hele­maal niet zelf naar de restroom, en toi­let­pa­pi­er stond ook niet op mijn bood­schap­pen­li­jst­je. Nee, ik moest eraan denken dat ik ooit gelezen had over een Scan­di­navis­che pro­du­cent die op de Britse markt een nieuw merk wc-papi­er wilde lanceren. Daar is niks mis mee, natu­urlijk, maar als je dan kiest voor de pro­duct­naam “Krap” – tja, dan sla je de bips, par­don: plank toch wel mis.

Dat is zo ongeveer alsof IKEA, dat de won­der­lijk­ste pro­duct­na­men hanteert, in Ned­er­land een wc-bors­tel zou verkopen die “Strönt” heette. Zie dan je giechel­spieren maar in bed­wang te houden.

Verder lezen Klerek­leren

Feuteren

Je hebt van die woor­den waar­van de uit­spraak niet voor de hand ligt. Het geinige daaraan is: je kunt naar twee kan­ten toe een uit­gli­jder mak­en. Eén: je spreekt het woord onterecht uit zoals het geschreven staat (“frie-tus” in plaats van “fri­et” voor frites). Twee: je schri­jft het woord onterecht zoals het uit­ge­spro­ken wordt (“sjek” in plaats van shag).

Hoe fraai dan die flash­back die ik onlangs kreeg bij het kijken naar een Amerikaanse film op tv. Ik werd in een instant-tijd­ma­chine teruggevo­erd naar een leslokaal in het St.-Vituscollege in Bus­sum, anno jaren tachtig. Daar stond een klasgenoot een spreek­beurt te houden over ont­groenin­gen bij het studentencorps.

Er ontstond een wat lacherig soort onzek­er­heid bij de rest van de klas, want deze medescholi­er beweerde zon­der blikken of blozen (dacht­en we) dat de nieuwe licht­ing corp­sle­den – de te ont­groe­nen groen­t­jes dus – “voeten” heet­ten. Voeten dit, voeten dat; gnif­fel, gnif­fel in de klas. Nee, legde hij uit, toen hij het gegiebel bemerk­te, het is “foeten”, met een f. Dat is een raar woord, maar zo het­en die lui nou eenmaal.

Foetende foeten
Foe­tende foeten

Verder lezen Feuteren

Wijnglas

Het rumo­er rond de laat­ste twee, ingri­jpende, herzienin­gen van de spelling van het Ned­er­lands – in 1995 en 2005 – is inmid­dels wel een beet­je gaan liggen. Het doet niet echt pijn meer dat een pan­nenkoek een pan­nenkoek is en dat een kat­te­bel­let­je en een kat­ten­bel­let­je twee ver­schil­lende din­gen zijn.

Een kattenbelletje
Een kat­ten­bel­let­je

Er valt intussen nog best wat af te din­gen op hoe “inge­burg­erd” de nieuwe spellingsregels zijn, maar dat is iets voor een ander stuk­je. Hier gaat het over het feit dat veel meer ter­men dan vroeger nu aaneengeschreven wor­den, zon­der streep­jes of spaties. En dan wil ik spec­i­fiek kijken naar com­bi­naties van een bijvoeglijk naam­wo­ord of tel­wo­ord + zelf­s­tandig naam­wo­ord + zelf­s­tandig naam­wo­ord. Die schri­jf je namelijk aan elka­ar, als één woord.

Ik heb daar even aan moeten wen­nen. Een term als het Engelse long-term plan­ning vind ik ele­gant en overzichtelijk: je ziet mooi hoe de drie com­po­nen­ten zich tot elka­ar ver­houden. Deel één zegt iets over deel twee, en die zijn met een streep­je ver­bon­den. Samen zeggen ze weer iets over deel drie, en daar staat een spatie tussen.

Ook in het Ned­er­lands zou je “lange-ter­mi­jn plan­ning” kun­nen schri­jven, maar het is toch echt langeter­mi­jn­plan­ning – één woord. Het­zelfde geldt voor een­per­soons­bed, twee­t­ak­t­mo­tor en drie­gan­gendin­er. Dat zijn woor­den die vrij gang­baar zijn en door veel lez­ers prob­leem­loos veror­berd zullen wor­den. Maar geldt dat ook voor iets min­der vaak gelezen ter­men als kor­te­af­s­tandsvlucht, hogeres­o­lu­tiebeelden en rodewi­jn­glas?

Verder lezen Wijn­glas

Verdrietje zonder vlees

Het zijn van die din­gen waar je je waarschi­jn­lijk niet druk over moet mak­en. Maar toch gaat er bij mij een alarm­bel­let­je rinke­len telkens als ik iemand hoor zeggen: Daan is veg­e­tarisch.

Nou ja, “druk mak­en” is een groot woord – maar het is een van mijn pet peeves: Daan is niet veg­e­tarisch, zijn dieet is het! Aan Daan zit heus wel wat vlees, anders was het niet goed met hem gesteld…

Vegetariër?
Veg­e­tar­iër?

(Overi­gens, verzin maar eens een fat­soen­lijke ver­tal­ing voor pet peeve. Ik vind het een prachtige en nut­tige term, maar de voorzet die Van Dale doet, “gekoes­terd ver­dri­et­je”, kan echt niet door de beugel.)

Goed, mensen zijn dus niet veg­e­tarisch, maar veg­e­tar­iër. Nu zijn er veg­e­tar­iërs die af en toe ook vis of gevo­gelte eten. Strikt genomen kun­nen dit echter geen veg­e­tar­iërs zijn, want aan een zalm of kip zit, net als aan Daan, vlees. Je hoeft niet ver te zoeken om uit deze impasse te komen: er zijn spe­ciale woor­den voor iemand die vlees mijdt maar toch vis (of gevo­gelte) eet.

Verder lezen Ver­dri­et­je zon­der vlees