Aamzing

De mail­box in mijn com­put­er wordt met grote regel­maat vervuild met aller­lei bericht­jes waar ik niet om gevraagd heb. Meestal beloven die iets in de trant van een waanzin­nig gespierd lichaam of ongek­ende rijk­dom of sek­sueel genot van mythol­o­gis­che pro­por­ties of over­tol­lige pond­jes die eraf vliegen alsof het je rein­ste tove­nar­ij is.

Het is natu­urlijk alle­maal onzin. Gelukkig heeft mijn e‑mailprogramma een fil­ter dat de meeste van deze bericht­jes meteen naar de prul­len­bak doorver­wi­jst. Maar een enkele keer glipt er een­t­je tussendoor. Inmid­dels heb ik een com­fort­a­bel automa­tisme ontwikkeld om deze mailt­jes dan alsnog in het e‑vagevuur te werpen.

Maar onlangs bleef ik toch even wat langer naar een van die rot­mails kijken. De bli­jde bood­schap was dit keer: “Geet baack the aamz­ing seex lifee thaat you oonce haad”. Wel­ja. Dat kan me alle­maal gestolen wor­den, natu­urlijk, maar de pre­cieze bewo­ord­ing van deze tekst trok toch wel mijn aandacht.

Verder lezen Aamz­ing

Modieus

Kijk, dit soort bericht­en word ik nou blij van. Gis­teren stond in de krant dat een schilder­ij is gep­re­sen­teerd dat bij taal­liefheb­bers het hart sneller doet klop­pen. Het wordt het Cobbe-portret genoemd en is de enige bek­ende beel­te­nis van William Shake­speare die nog tij­dens zijn lev­en is ver­vaardigd. Er zijn wel twee andere afbeeldin­gen van the Bard bek­end, maar die zijn van magere artistieke kwaliteit en alle­bei pas na zijn dood gemaakt.

Ik houd je niet langer in span­ning. Zo zag Shake­speare eruit.

William Shakespeare
William Shake­speare

Verder lezen Modieus

Vlees

Afgelopen week was het weer eens car­naval. En ik zal het maar meteen toegeven: car­naval is niet aan mij besteed. Ik houd niet van bier of van lawaai of van verkleed­par­ti­jen of van dronken mensen­mas­sa’s. Het is niet mijn ding.

Dat dus
Dat dus

Toch vind ik car­naval fan­tastisch, maar dan omdat er zo’n mooi taalver­haal aan vastz­it. Want wat is car­naval nou eigen­lijk? Om dat te snap­pen, moet je eerst weten wat Pasen is. In de chris­telijke litur­gis­che kalen­der is Pasen de dag waarop gevierd wordt dat Jezus her­rees uit de dood, drie dagen na zijn kruisiging.

Om deze belan­grijke dag te lat­en vooraf­gaan door een peri­ode van bezin­ning, is de vas­ten­ti­jd in het lev­en geroepen. Dat zijn veer­tig dagen waarop men geacht wordt te “vas­ten” — het zijn er eigen­lijk zesen­veer­tig, maar je wilt natu­urlijk toch uitkomen op dat mooie religieus-magis­che getal van veer­tig dagen, dus de zonda­gen tellen voor het gemak even niet mee. Wat dat vas­ten pre­cies inhoudt ver­schilt per per­soon of parochie, maar het komt er in ieder geval op neer dat je matig­ing in acht neemt en je niet overgeeft aan over­dadi­ge wereldse geneugten.

Verder lezen Vlees

Lof

Het heeft even gedu­urd, maar miss­chien gaat het nu toch nog gebeuren: de door­braak van het woord kudos in het Ned­er­lands. Ben jij het al tegengekomen? Heb je het miss­chien zelf al gebruikt? Het beweegt zich nu nog in de marge, maar het kan best zijn dat de opstap naar het grote podi­um eraan komt.

Wat is kudos? Weer zo’n nieuw­er­wets Engels leen­wo­ord? Nou, ja en nee. In het Engels is het al langer gang­baar, maar het is van oor­sprong een Griekse term die “waar­van geho­ord is” betekent. En dan niet in de ter­loopse zin van “ja, daar heb ik wel eens van geho­ord” — nee, iets of iemand waar­van geho­ord is, is bek­leed met roem, sta­tus, lof, aanzien.

Niet dit soort lof
Niet dit soort lof

Verder lezen Lof

Wijntje

Soms word je door de gek­ste din­gen op een taal­speur­tocht ges­tu­urd. Afgelopen week­end liep ik door het winkel­cen­trum, waar ik op de eta­lageruit van de sli­jter deze poster zag.

Slijter
Sli­jter

Meteen stond ik stil en bracht mijn mobielt­je in staat van paraatheid om een foto te mak­en. Want ergens in mijn achter­hoofd ging een stem­met­je zin­gen: dit klopt niet. Uitein­delijk, zoals je zult zien, klopt het wel, maar voor­dat ik daarachter was, had ik een paar leuke ont­dekkin­gen gedaan.

Dat stem­met­je echode tevoorschi­jn uit een herin­ner­ing aan een gesprek, lang gele­den. Een gesprek in het Engels, wel­tev­er­staan, waarin ik de euvele moed had om een wijnken­ner een vinol­o­gist te noe­men. Neen! brieste mijn tegen­sprek­er, een “wijnoloog” heet een oenol­o­gist. En dat is ook zo. In het Engels.

Verder lezen Wijn­t­je

Met dank aan Karel

Je staat er niet elke dag bij stil, maar jij en Julius Cae­sar hebben iets gemeen. En dan bedoel ik niet het voor de hand liggende, zoals dat je alle­bei een alvleeskli­er hebt of je teen­nagels moet knip­pen. Nee, ik bedoel dat mooie weet­je dat een paar slimme weten­schap­pers beci­jferd hebben: dat elke keer dat jij ademt, er een paar mol­e­culen je lon­gen in en uit gaan die ook door Cae­sar zijn geademd.

En je staat er niet elke dag bij stil, maar jij hebt ook iets wat Julius Cae­sar nooit gehad heeft. En dan bedoel ik niet een mobielt­je of een vac­ci­natielit­teken op je arm. Nee, ik bedoel: kleine letters.

Kleine letters
Kleine let­ters

Want ons alfa­bet mag dan het Lati­jnse alfa­bet het­en, maar de goede oude Romeinen waar we het van hebben overgenomen had­den alleen hoofdlet­ters. Die had­den dus nooit geho­ord van veni, vidi, vici, maar alleen van VENI, VIDI, VICI. Waar komen die klein-maar-fijne let­tert­jes dan toch van­daan? Daar­voor moet je naar een andere grootheid uit de geschiede­nis: Karel de Grote. (Ook uit zijn lon­gen, trouwens, adem je voort­durend deelt­jes in.)

Maar eerst even wat woor­den­schat. Je hebt “grote let­ters” en “kleine let­ters”. In een wat chi­quere benam­ing wor­den die ook majuskels (of: kap­i­tal­en) en minuskels genoemd. Een kap­i­taal is offi­cieel alleen een “hoofdlet­ter” als hij aan het begin van een zin of naam staat, maar het woord hoofdlet­ter wordt ook wel als syn­on­iem (niet hyponiem) van kap­i­taal gebruikt. Verder ken­nen we ook nog de benamin­gen bovenkast en onderkast, die uit de drukkun­st stam­men. Drukkers bewaar­den vroeger hun loden, gegoten druk­let­ters in een vak­jeskast met een boven­deel (voor de kap­i­tal­en) en een onderdeel (voor de minuskels). Die boven-en-onderverdel­ing is niet toe­val­lig: de kleine let­ters zat­en onderin omdat je daar veel meer van nodig had om een tekst te zetten; en voor de majuskels in de bovenkast moest je verder reiken.

Verder lezen Met dank aan Karel