Stationary vs. stationery

De Engelse woor­den sta­tion­ary en sta­tionery lijken erg op elka­ar en wor­den ook door Engelssprek­enden wel eens ver­ward. Deze woor­den zijn dan ook verre neven van elka­ar. Toch is het ver­schil in beteke­nis heel duidelijk én is er een fijn ezels­brugget­je om ze uit elka­ar te houden.

Waar hebben we het over?

Soms zijn woor­den met een bij­na-iden­tieke spelling vari­anten van dezelfde beteke­nis. Maar soms beteke­nen ze ook héél iets anders.

Betekenis en gebruik

  • Sta­tion­ary is een bijvoeglijk naam­wo­ord en betekent: sta­tion­air, stil­staand.
  • Sta­tionery is een zelf­s­tandig naam­wo­ord en betekent: mooi brief­pa­pi­er (met de bijbe­horende envelop­pen). In bredere zin kan het ook beteke­nen: ben­odigdhe­den bij het schri­jven – zoals papi­er en envelop­pen, maar ook pen­nen en pot­lo­den.

Voorbeelden

  • That liv­ing stat­ue of Win­ston Churchill real­ly was per­fect­ly sta­tion­ary. It star­tled me when he sud­den­ly moved.
  • She picked beau­ti­ful sta­tionery for her wed­ding invi­ta­tion.

Even opletten

Hoe houd je het brief­pa­pi­er en het beweg­in­gloos-zijn nu uit elka­ar? Daar hebben we een hand­i­ge tip voor. Bedenk dat je een e-mail schri­jft, net als een brief. En de e van e-mail vind je ook terug in sta­tionery.

(En ander truc­je is dat het Ned­er­landse woord sta­tionair een a als op twee na laat­ste let­ter heeft – net als sta­tionary, wat het­zelfde betekent. Denk aan een auto waar­van de motor sta­tion­air draait: die beweegt niet!)

Weetje

Deze twee woor­den hebben, ondanks hun ver­schil in beteke­nis, wel degelijk een gedeelde oor­sprong.

Sta­tion­ary (stil­staand) is de oud­ste van de twee. Het komt van het Lati­jnse bijvoeglijk naam­wo­ord sta­tion­ar­ius, dat weer is afgeleid van sta­tio: “betrekking”, “baan” of “aanstelling”.

Sta­tionery (schri­jfwaar) is afgeleid van sta­tion­er, het mid­deleeuwse woord voor “verkop­er van boeken en papi­er”. In de mid­deleeuwen waren de meeste verkop­ers reizende han­del­slieden, die met hun waar van dorp naar dorp gin­gen. Maar boekverkop­ers waren vaak ver­bon­den aan een uni­ver­siteit en had­den daar een vaste verkoop­plaats, een winkel. Zij wer­den sta­tion­ar­ius genoemd – het­zelfde woord dat je hier­boven al zag, maar dan gebruikt als zelf­s­tandig naam­wo­ord. In het Engels is die term ver­bas­terd tot sta­tion­er.

Wat vind jij?