Over slangen, banken, paarden en gangen

Meestal heb ik het niet zo met car­naval, maar aan het eind van dit stuk­je is dat (al was het maar even) wel anders, zoals je zult zien.

Eerst even dit. Het is lastig vast te stellen hoeveel woor­den een taal heeft, en dat komt met name omdat het moeil­ijk is om te definiëren wat pre­cies een “woord” is. Bijvoor­beeld: zijn hotel en hotels twee ver­schil­lende woor­den, of zijn het gewoon andere ver­schi­jn­ingsvor­men (enkelvoud-meer­voud) van één en het­zelfde woord? Ik ben geneigd het laat­ste te denken, maar geldt het dan ook voor dwalen, dwaalt en dwaalde? En zo ja, geldt dat dan ook nog voor zijn, is en was?

Het is een lastig spel dat zich afspeelt op het sni­jvlak van vorm en beteke­nis. Een geval apart in deze con­text zijn de homoniemen: woor­den die dezelfde vorm hebben, maar een ver­schil­lende beteke­nis. Zoals slang (beest) en slang (tuin), of bank (geld) en bank (meubel).

Slang & slang
Slang & slang

Goed. Nu weer terug naar car­naval. Rond car­naval wor­den er alti­jd jolige lied­jes gezon­gen, en som­mige daar­van wor­den ook nog heuse hits. En dan heb je een car­naval­shit.

Maar car­naval­shit is, net als die slang op de bank, óók een homoniem. Want zeg nou zelf, veel van die feestkrak­ers zijn maar car­naval­shit. Car­naval-shit dus, en niet car­navals-hit. Dat is pas een goede ver­momtruc: car­naval­shit verkleed als car­naval­shit.

Alaaf!

Wat vind jij?