Lonely as a cloud

De bloem die in het Engels daf­fodil heet, ken­nen wij als de nar­cis. Ik kom straks nog terug op de oor­sprong van de Engelse naam, maar eerst nar­cis.

Dat woord doet erg denken aan de term voor een per­soon met een obsessieve aan­dacht voor zichzelf en een ogen­schi­jn­lijk zeer groot gevoel van eigen­waarde: een nar­cist. In het Engels heet zo iemand een nar­cis­sist, en dat is maar goed ook. Het is jam­mer dat in het Ned­er­lands het woord “nar­cis­sist” offi­cieel niet bestaat, want het zou een veel mooiere term zijn.

Een nar­cist heet namelijk niet zo omdat hij iets met nar­cis­sen heeft. (Dan zou hij in het Engels wel een “daf­fodil­list” het­en!) Nee, zow­el de nar­cis als de nar­cist ontleent zijn naam aan een prachtige mythe uit de klassieke oud­heid. Het ver­haal van Nar­cis­sus kent ver­schil­lende vor­men, maar dit is de kern.

De nimf Liri­ope werd zwanger van de riv­ier­god Cephis­us, en baarde een zoon die onvergelijk­baar mooi was. Zijn moed­er vroeg een pro­feet hoe het haar zoon zou ver­gaan in het lev­en, en kreeg als antwo­ord dat hij zeer oud zou wor­den zolang hij maar “zichzelf niet zou ken­nen”. Liri­ope besloot wijselijk om haar Nar­cis­sus ver bij alle spiegels van­daan te houden.

Narcissus (John Gibson, 1838)
Nar­cis­sus (John Gib­son, 1838)

Toen hij vijf­tien was, was Nar­cis­sus een jon­geling die door iedereen aanbe­den werd, maar hij zelf was alleen geïn­ter­esseerd in de jacht, en wees alle avances af. (Over één iemand die voor Nar­cis­sus’ schoonheid viel valt er een ander taalver­haal te vertellen, maar dat komt vol­gende week…) Een van de deer­nen die hij had afge­poeierd – Nar­cis­sus schi­jnt niet bijster diplo­matiek te zijn geweest – bad tot de goden om hulp te vra­gen.

De god van de vergeld­ing, Neme­sis, hoorde het gebed, en vond dat het wel wellet­jes was geweest. Hij liet Nar­cis­sus zijn eigen spiegel­beeld zien in een poel in het bos, en de jonge­man was op slag ver­liefd. Hij probeerde zijn even­beeld te beminnen, maar ont­dek­te al snel dat dat niet kon. Bezeten door woede en ver­dri­et sloeg hij in op zijn eigen lichaam tot al het lev­en eruit was.

Op de plaats waar hij stierf, groei­de de eerste nar­cis. En je moet toegeven, dat is een heel, héél mooie bloem…

Daffodil
I wan­dered...

Het Engelse daf­fodil, ten slotte, bestaat al sinds de zestiende eeuw. Het stamt af van het Mid­de­len­gelse affodill, dat uitein­delijk via het Lati­jn weer terugvo­ert op het Griekse aspho­de­los, maar daar­van is de oor­sprong onbek­end. De toevoeg­ing van die d- aan het begin is miss­chien wel te danken aan het Ned­er­lands. De Hol­lan­ders han­delden ook toen al volop in bloem­bollen, en dus ook in nar­cis­bollen. Voeg het Ned­er­landse lid­wo­ord de toe aan affodill en je kri­jgt “de affodil”: daf­fodil.

Wat vind jij?