Hbo-niveau vs. hbo niveau

Je ziet hem vaak in krantenadvertenties voor personeel en op vacaturesites: de combinatie van een soort opleiding en het woord niveau. Maar wat is dan de juiste spelling? Is het bijvoorbeeld “hbo-niveau” mét streepje of “hbo niveau” zonder?

Een TaalTip op niveau!

Waar hebben we het over?

In het Nederlands zijn de regels voor het schrijven van afkortingen niet altijd even makkelijk. Daarom is het goed om extra op te letten hoe je een woord spelt.

Betekenis en gebruik

  • Hbo-niveau geeft aan (vaak in personeelsadvertenties) dat iemand een opleiding aan een hbo-instelling heeft afgerond.
  • Hbo niveau is een schrijfwijze van hbo-niveau die als incorrect wordt gezien. Er moet een liggend streepje tussen beide woorden staan.

Hetzelfde geldt voor andere samenstellingen met initiaalwoorden (ook als het geen onderwijsniveaus zijn), zoals: wo-niveau, mbo-leerling, KLM-stewardess, game-pc en apk-oproep.

Voorbeelden

  • Wij zoeken iemand die op hbo-niveau kan denken en handelen.
  • Ondanks zijn slechte eindtoets vindt de school dat Yordin een leerling op vwo-niveau is.

Even opletten

Sommige afkortingen spreek je niet uit als een serie letters, maar als een woord op zich. (Beetje technisch: de afkorting is dan geen initiaalwoord maar een letterwoord of acroniem.) Bij letterwoorden zet je juist géén streepje bij de afkorting en schrijf je beide woorden aan elkaar:

  • mavoleerling
  • havodiploma
  • simkaart
  • pincode

Let op! Ook hier geldt dat het los schrijven van beide delen niet correct is. Je schrijft dus niet “laser pistool” maar laserpistool. (Je wist het natuurlijk al, maar… ja, laser is een afkorting! En wel van de term light amplification by stimulated emission of radiation.)

Weetje

Zoals je ziet hangt de spelling van dit soort woorden af van de uitspraak. Klinkt de afkorting alsof je de letters individueel uitspelt? Dan zet je wél een streepje in de samenstelling. Klinkt de afkorting als een “gewoon” woord? Dan niet.

Maar in sommige gevallen zijn beide uitspraken in gebruik. Denk maar aan de uitspraak van de afkorting van human immunodeficiency virus, het virus dat aids veroorzaakt. Daar zijn twee versies van: hiv (“ha-ie-vee”) en hiv (rijmt op Liv).

Zet je die in een samenstelling, dan krijg je dus ook twee verschillende spellingen:

  • hiv-remmer
  • hivpatiënt

Vreemd genoeg zijn dus zowel hivpositief als hiv-positief correct – maar de uitspraak is wel anders!

Wat vind jij?