Taalterm van de week: syllepsis

De taal­term van deze week, syllepsis, is niet vies van een taal­fout­je. Sterk­er nog, hij gaat er zo soe­pelt­jes mee om, dat die fout bij­na niet opvalt. Aan taalpuris­ten heeft hij een broert­je dood. Je moet wel een beet­je flex­i­bel bli­jven, vin­dt hij.

Lees verder Taal­term van de week: syllep­sis

Taalterm van de week: patroniem

De taal­term van deze week, patron­iem, is echt een vader­skind­je. Hij houdt wel van zijn moed­er, hoor, maar hij geeft gewoon wat meer met zijn vad­er. En omdat het een fam­i­li­etrek­je is, is de kans groot dat ook zijn eigen kinderen weer op hun vad­er zullen lijken.

Lees verder Taal­term van de week: patron­iem

Taalterm van de week: performatief

De taal­term van deze week, per­for­matief, is een tikkie ongeduldig. Hij kijkt niet van een afs­tand­je naar wat anderen doen. Nee, hij denkt: als ik mijn mond open­doe, dan moet dat ook echt wat bij­dra­gen. Spijk­ers met kop­pen, is zijn devies, han­den uit de mouwen.

Lees verder Taal­term van de week: per­for­matief

Taalterm van de week: comma splice

De taal­term van deze week, com­ma splice, doet graag din­gen in zijn een­t­je. Ook als hij eigen­lijk hulp nodig heeft, zegt hij liev­er: “Weet je wat, laat mij maar. Ik klaar de klus wel in mijn uppie.” Soms komt hij daar wel mee weg, maar meestal heeft hij achter­af toch spi­jt.

Lees verder Taal­term van de week: com­ma splice