Aanhalige tekens

Vorige keer hadden we het over air quotes, maar er zijn nog meer manieren waarop aanhalingstekens zich genesteld hebben in de gesproken taal. Want wat doe je als je aan wilt geven dat een stuk gesproken tekst tussen aanhalingstekens staat, als je niet dat rare olifantenkrabgebaar wilt maken? Dan moet je woorden gebruiken.

In het Nederlands komt dit nauwelijks voor. De enige vorm die we hiervoor hebben is om voluit te zeggen: “aanhalingstekens openen”, dan de aan te halen tekst, en dan “aanhalingstekens sluiten”. Dat is wel oké als je bijvoorbeeld aan iemand een tekst dicteert, maar in een vlot gesprek maak je jezelf op die manier onsterflijk belachelijk.

Lees verder Aanhalige tekens

Luchtsignalen

Oké, stel je voor. Je zit in de kroeg te praten met wat vrienden, over een kennis die het net heeft uitgemaakt met haar vriendje. Dan zegt een van de aanwezigen dat dit hem helemaal niet verbaasde, want dat vriendje “was ook echt een gentleman”. En bij het uitspreken van het woord gentleman gebeurt er iets wonderlijks. De spreker tilt zijn beide handen op, vouwt alle vingers behalve wijs- en middelvinger weg, en doet net alsof hij met de overgebleven vier vingers twee keer eventjes krabt tegen een onzichtbaar object dat vlak voor hem staat.

Je zou al snel denken: die is niet goed bij zijn verstand. Denkt hij dat er een olifant voor hem staat met jeuk aan zijn kont? Maar nee, het vreemde is: niemand denkt dat er iets mis is; iedereen snapt meteen wat hij bedoelt. Wat hij net zei was niet gentleman maar “gentleman” – mét aanhalingstekens.

Air quotes!
Air quotes!

Ik blijf dit een ongelooflijk mooi fenomeen vinden, omdat het zo ongebruikelijk is. In taal gaat het verkeer meestal van spreektaal naar schrijftaal. Een nieuw woord wordt eerst uitgesproken, en pas daarna opgeschreven. Taal op schrift is een weergave van taal in spraak, niet andersom.

Lees verder Luchtsignalen

Koekje van eigen deeg

Dit is is geen taalcolumn zoals gebruikelijk, maar meer een overpeinzing. Ik heb namelijk – dat zal aan veel taaleidoscopisten niet onopgemerkt voorbij zijn gegaan – onlangs een boekje uitgegeven. En dat is een bijzondere gebeurtenis; zo’n boek is toch wel een beetje je baby. Je hoopt dat het gezond ter wereld komt en dat het de kleine verder goed vergaat.

Met dat laatste zit het wel snor, want gelukkig zijn alle lezers tot dusver blij met mijn oogappeltje. Maar toch is niet alles wel, want de pasgeborene heeft een paar moedervlekjes die er niet horen te zitten. Fouten. Dat kan natuurlijk altijd gebeuren, maar er zijn er ook een paar in de categorie d/t, en dat is natuurlijk wel wat gênant voor iemand die geacht wordt beter te weten.

Oeps...
Oeps…

Lees verder Koekje van eigen deeg

Herfstrijm

In deze herfstdagen, met Sinterklaas in aantocht, dwarrelen onze gedachten – als bladeren van een boom – al snel in de richting van rijm. Want in menig gezin of vriendenkring is de tijd weer aangebroken om lootjes te verdelen, cadeaus uit te kiezen, surprises in elkaar te knutselen en verzen te dichten.

Pakjesavond
Pakjesavond

Maar herfst is geen woord dat je snel aan het eind van een dichtregel zult plaatsen, want… er rijmt niets op. Je kunt met enig kunst- en vliegwerk wel wat verzinnen, maar dat zijn geen fijne, bruikbare woorden. (En, alsof de duvel ermee speelt, in het Engels is er ook al geen rijmwoord voor autumn. Wat is dat toch met dat najaar?) Nog zo’n woord is twaalf, dat ook al rijmloos door het leven gaat. En elke twaalf maanden is het herfst, dus dit zijn ongerijmdheden die nooit voorbijgaan; zo is de cyclus van het leven.

Lees verder Herfstrijm

Wijntje

Soms word je door de gekste dingen op een taalspeurtocht gestuurd. Afgelopen weekend liep ik door het winkelcentrum, waar ik op de etalageruit van de slijter deze poster zag.

Slijter
Slijter

Meteen stond ik stil en bracht mijn mobieltje in staat van paraatheid om een foto te maken. Want ergens in mijn achterhoofd ging een stemmetje zingen: dit klopt niet. Uiteindelijk, zoals je zult zien, klopt het wel, maar voordat ik daarachter was, had ik een paar leuke ontdekkingen gedaan.

Dat stemmetje echode tevoorschijn uit een herinnering aan een gesprek, lang geleden. Een gesprek in het Engels, welteverstaan, waarin ik de euvele moed had om een wijnkenner een vinologist te noemen. Neen! brieste mijn tegenspreker, een “wijnoloog” heet een oenologist. En dat is ook zo. In het Engels.

Lees verder Wijntje

Met dank aan Karel

Je staat er niet elke dag bij stil, maar jij en Julius Caesar hebben iets gemeen. En dan bedoel ik niet het voor de hand liggende, zoals dat je allebei een alvleesklier hebt of je teennagels moet knippen. Nee, ik bedoel dat mooie weetje dat een paar slimme wetenschappers becijferd hebben: dat elke keer dat jij ademt, er een paar moleculen je longen in en uit gaan die ook door Caesar zijn geademd.

En je staat er niet elke dag bij stil, maar jij hebt ook iets wat Julius Caesar nooit gehad heeft. En dan bedoel ik niet een mobieltje of een vaccinatielitteken op je arm. Nee, ik bedoel: kleine letters.

Kleine letters
Kleine letters

Want ons alfabet mag dan het Latijnse alfabet heten, maar de goede oude Romeinen waar we het van hebben overgenomen hadden alleen hoofdletters. Die hadden dus nooit gehoord van veni, vidi, vici, maar alleen van VENI, VIDI, VICI. Waar komen die klein-maar-fijne lettertjes dan toch vandaan? Daarvoor moet je naar een andere grootheid uit de geschiedenis: Karel de Grote. (Ook uit zijn longen, trouwens, adem je voortdurend deeltjes in.)

Lees verder Met dank aan Karel

Verbrijzelen

Wat ik ermee doe is nagenoeg niets, maar ik heb hem wel: mijn inschrijving bij Facebook. Voor wie het niet weet: facebook.com is een soort Hyves voor gevorderden, van Amerikaanse origine maar heel internationaal georiënteerd. Een social networking website dus. (Hoe heet dat in het Nederlands? Een “sociale netwerksite”, zegt de Nederlandse Wikipedia. Maar volgens de spellingsregels – denk aan eerstegraadsverbranding – moet dat eigenlijk één woord zijn. “Socialenetwerksite” dus. Hmm.)

Hoe dan ook, ik zit op Facebook en doe er niets mee. Behalve, zo nu en dan, snuffelen naar een long-lost friend in het buitenland. Zo vond ik er onlangs een Chileense vriendin, die, zo weet ik nu, op dit moment woont in de Dominicaanse Republiek (mijn geboorteland!) en zwanger is van haar langeafstandsvriend en volgend jaar naar Brooklyn gaat verhuizen. Da’s pas bijpraten!

Maar het gaat mij hier niet om die vriendin. Het gaat juist om mijn vriendin. Die bestaat namelijk niet, maar daar schijnt Facebook anders over te denken.

Dit is niet mijn vriendin
Dit is niet mijn vriendin

Lees verder Verbrijzelen

Hypo op herhaling

De titel van de vorige Taaleidoscoop verraadde het al een beetje: we hebben een fijn Grieks voorvoegsel voor “onder” (hypo-), maar ook een dat uit het Latijn komt. Die Romeinen mogen dan rare jongens geweest zijn, volgens Obelix, maar ze hebben ons wel sub- gegeven, dat – net als Jupiter voor Zeus en Venus voor Aphrodite – niet onderdoet voor zijn hellenistische evenknie.

Sub- betekent “onder” of “lager” in woorden als subcategorie, subprime (dat schijnt iets met hypotheken te maken te hebben) en subject (letterlijk: onderwerp).

Net zoals hypo- een medeplichtige heeft in hyper-, zo heeft ook sub- een kompaan die “boven” of “hoger” betekent: super-. Denk daarbij aan woorden als supersonisch (met een snelheid hoger dan die van het geluid) of supervisie (letterlijk: een blik van boven, toezicht). Maar super- heeft zich vooral genesteld in de betekenis van “zeer groot” of “in hoge mate”. De woordenlijst die dat oplevert is schier eindeloos: van supermarkt tot supernova, van supersnel tot superbenzine. Ten slotte wordt super-, in een nog verder afgeleide betekenis, ook gebruikt om aan te geven dat iets van zeer goede kwaliteit is, of heel aantrekkelijk, zoals in superfilm of superauto.

Lees verder Hypo op herhaling